Op de hoogte blijven





Interviewverslag maart 2007

“Met Oranje haalden we steeds net niet de absolute wereldtop. We waren goed, maar kennelijk niet goed genoeg. En toen heb ik het roer omgegooid. Ik ben veel meer aandacht gaan geven aan het positieve, wat al wel goed gaat. En in plaats van het voortdurend afblaffen van de spelers ben ik ze bij het coachen gaan betrekken. Dat bleek veel meer resultaat op te leveren.” Als er iemand is die kan bewijzen dat positief coachen werkt, dan is het Marc Lammers wel, de bondscoach van het Nederlands dameshockeyteam. Werd hij eerst vooral tweede en derde, met zijn nieuwe aanpak werd hij in 2005 Europees kampioen en won hij de Champions Trophy, om het jaar erop zelfs wereldkampioen te worden. Zijn meest opmerkelijke uitspraak: “Als je bij je spelers vooral het accent legt op wat niet goed gaat, zoals veel coaches doen, krijg je allemaal middelmatige spelers, eenheidsworsten.”

Lees meer...

Interview teambuilding

Professionalisering, trots en innovatie: voeding voor de wereldkampioen. Bondscoach dameshockeyelftal Marc Lammers kiest voor onconventionele aanpak en medezeggenschap Hij bracht het Nederlands dameshockeyelftal naar ongekende hoogte. Van subtopper ontwikkelden de vrouwen zich tot een ploeg van absolute wereldklasse. Onder zijn leiding wonnen ze in 2006 het wereldkampioenschap. Marc Lammers, bondscoach van het Nederlands dameshockeyelftal, bekijkt coaching vanuit een nieuwe invalshoek. Weg autoritaire trainer, welkom samenwerkende coach. Weg traditionele trainingsmethodes, welkom technische hulpmiddelen. En wat valt er tegenin te brengen? De coach die wint, heeft gelijk.

Lees meer...

Column VMBT

Succescoach Marc Lammers laat zijn team zelf met ideeën komen. Een toernooi win je in de voorbereiding. Klantgerichtheid: wat heb je ervoor nodig? De zeer succesvolle bondscoach van het dameshockeyteam spreekt over het maken van wederzijdse afspraken en eigen verantwoordelijkheid. Een coach in verschillende gedaantes.

Lees meer...

Column februari nummer NL Coach

Hoeveel buitenlandse spelers mag een club binnen de lijnen brengen? Of, scherper gesteld: hoeveel imports is wenselijk, gelet op de doorstroom van eigen talent? Binnen vrijwel elke sport keert deze vraag met de regelmaat van de klok terug, wel of geen (Europese) wetgeving op dit terrein. In mijn sport, het hockey, hebben de clubs uit de mannenhoofdklasse begin dit jaar een zogeheten gentlemen’s agreement gesloten over dit thema. Afgesproken is dat de clubs, met uitzondering van Rotterdam, met ingang van komend seizoen (2007-2008) maximaal drie buitenlandse spelers op hun spelerslijst mogen hebben staan. Uitzondering op deze regel zijn die buitenlandse spelers die bij aanvang van enig seizoen al drie jaar aaneengesloten in de hoofdklasse hebben gespeeld, waarbij als ingangsdatum geldt de eerste keer dat zij op het wedstrijdformulier hebben gestaan.

Lees meer...

Column januari nummer NL Coach

Roze olifant. Van de moeilijkste periodes leer je het meest. Dat is een wetmatigheid. Als ik nu terugkijk op de door ons verloren Olympische finale in Athene (2004) kan ik – hard maar waar – alleen maar constateren dat ik destijds een enorme inschattingsfout heb gemaakt. Voor zover ik dat nog niet wist, drong dat besef eens temeer door na de door ons behaalde wereldtitel, drie maanden geleden in Madrid.

Lees meer...