Interview De Telegraaf
Even voor de duidelijkheid: Marc Lammers (37) houdt zielsveel van het gezin waarin hij opgroeide. ,,Iedereen deed zijn stinkende best. Dat is het belangrijkst. Alleen waren alle beslissingen niet altijd even gelukkig mijn kant op. Maar ik ben er achteraf blij mee. Ik ben gevormd door de tegenslag.”
Hij blikt terug. ,,De scheiding van mijn ouders was eigenlijk logisch. Ze trouwden zo jong. Mijn moeder was twintig. 21 toen ze mij kreeg. En tegelijkertijd waren ze beiden zo verschillend. Mijn vader is een hele sociale, aardige man. Wel wat gesloten. Ik herken veel van hem in mezelf. Het willen zorgen voor mensen. Mijn moeder was meer de filosoof. Ook dat herken ik. Het kwetsbaar op durven stellen, verder kijken dan je neus lang is.”
De scheiding op zich leverde niet de grootste klap op. Lammers: ,,Uit de scheiding vloeide een beslissing van mijn moeder. Ze ging bij de religieuze sekte Bhagwan. Dat was geen gemakkelijke keuze. Daar heeft ze voor geknokt. Ze wist dat ze mij daarmee pijn deed. Toch ging ze. Dat was knap. Het belangrijkste in haar leven waren haar kinderen. Maar ze wist dat als ze zonder die keuze, nooit een goede moeder zou zijn.
Alleen was ik veertien. En dan schaam je je dood voor dat soort dingen. Op school werden er grapjes over gemaakt, ik werd ermee gepest. Op school ging het sowieso niet lekker. Ik kon er weinig van. Pas op latere leeftijd bleek ik een vorm van dyslexie te hebben. In mijn omgeving wist niemand dat. Natuurlijk had ik door dat ik slecht las, maar voor mij was dat de normaalste zaak van de wereld. De leraren noemden mij gewoon lui.
Op school werd ik klein gemaakt. Dan kun je vluchten of vechten. Ik heb voor het laatste gekozen. Ik heb gezegd: ik zal het ze laten zien. Een leraar Engels tegen mij zei: ,,Man, jij kan er echt helemaal niks van. Weet jij wat jij moet doen? Lekker hockeyen, krijg je vast een goede baan mee.” Ik dacht alleen maar ‘ik zal het je laten zien, klootzak.’ Die leraar is overleden. Eigenlijk vond ik dat jammer. Anders had ik hem zeker een fles wijn gebracht na het laatste WK. Ik zou hebben gezegd: bedankt dat jij mij zo gekrenkt en gekleineerd hebt. Daardoor heb ik doorzettingsvermogen gekregen.
De tegenslagen leerden mij heel vroeg wat ik wilde. Of eigenlijk wat ik niet wilde. Ik wilde nooit meer een scheiding of een moeder die vertrok. Wat wel? Ik wilde hockeyen. Dat was mijn uitvlucht. 1. Ik was veertien en zat alleen in dat huis. Ik werd daar gek. Dus vluchtte ik naar het hockeyveld. Ik was er dag en nacht. Doordeweeks trainde ik, zaterdagmorgen ging ik wedstrijden kijken, zaterdagmiddag zelf spelen. Onze coach Bart van Lith deed ook Heren 1. Ik ging altijd met hem mee. Bart was meer dan coach. Ik mocht in de weekeinden bij hem logeren. Daar kreeg ik het goede gevoel. Hij had alles wat ik miste. Een gezin met vijf kinderen, een open haard, gezelligheid. Het leek wel alsof daar alles kon. Nog steeds trouwens.”
Marc Lammers’ leven nam een wending, toen hij werd ingeloot op het CIOS. ,,Het was echt een studie voor mij. Ik haalde alleen maar goede punten. Logisch, veel doen, weinig lezen. Ik kwam erachter dat ik heel goed kon presenteren. Ik kreeg complimentjes. Gelijkertijd werd ik landskampioen met één van de jeugdelftallen. Mijn koers begon zich langzaam maar zeker uit te stippelen.
Mijn pad voerde langs Italië. Het verzoek kwam binnen of ik als trainer/speler aan de slag wilde bij het Italiaanse Cernusco Milaan. Op mijn eigen benen in het buitenland. Het was daar primitief, de cultuur was totaal anders. Eigenlijk was het heel saai. Er was overdag helemaal niets te doen. Ik had last van heimwee. Maar ik wilde per se niet opgeven. Ik had het mijn leraar Engels beloofd. Wonder boven wonder werden we daar landskampioen.”
Dan wordt zijn stem zacht. Hij brengt het gesprek weer op zijn moeder: ,,Ik beschuldig mijn moeder nergens van. Ze is helaas drie jaar geleden overleden. Ik ben achteraf heel blij dat ze naar de Bhagwan is gegaan. Mijn moeder kwam daar zo sterk uit. Ze ontdekte veel. Haar creativiteit. Dat ze filosofisch en spirtueel is. Ze was een mens van goed vertrouwen.
De laatste acht jaar van haar leven is ze mijn coach geweest. Ze was betrokken bij al mijn avonturen, in Italië, later als bondscoach van de Spaanse vrouwen en ook bij Oranje. Zij keek daarbij niet of ik mijn koffer goed inpakte. Nee, zij was altijd bezig met vragen als: Marc, heb je voldoende rust? Denk je wel aan jezelf? Hoe voel je je? Ze riep ook altijd: ‘focus je niet op de resultaten, maar op hoeveel plezier je hebt met de speelsters’.
Vroeger riep ik dan ‘Mam, zeur niet met dat zweverige gedoe’. Ze had zich goed verdiept in het neuro-linguïstisch programmeren. ‘Daar doe ik niet aan mee, mam. Ze moeten die bal gewoon in het doel schieten’. Kreeg ik later een cursus van NOC*NSF over precies hetzelfde onderwerp en dacht ik ‘verdomme, mijn moeder heeft gelijk’.
Bhagwan is voor heel veel mensen negatief, maar die man is toch niet zo gek. Mijn moeder zei altijd ‘Marc, kijk nou eens niet naar wat je niet hebt, maar focus je op wat je wel hebt’. In het verleden had ik natuurlijk altijd vanuit het negatieve leren denken. Dit was niet goed, dat was niet goed. Daardoor heb ik ook een enorme gedrevenheid en perfectionisme ontwikkeld. En perfectionisten focussen zich nou eenmaal op de zaken die niet goed gaan.
Eigenlijk pas na het laatste gewonnen WK wint mijn zelfvertrouwen het pas van de onzekerheid. Maar het blijft een zwakke plek. Als het nu twee of drie jaar slecht gaat, zal het wel weer terug komen. Het perfectionisme heeft zich nou eenmaal in mij verankerd.”
Hij zoekt de balans. ,,Ik wil mezelf niet verwijten. Het perfectionisme brengt me ook goede dingen. Ik wil bijvoorbeeld altijd doorleren, mezelf verbeteren.”
De blonde coach haalt het voorbeeld aan van de Spelen. In Athene verloor hij de belangrijkste finale van zijn leven. Duitsland, dat in de poulewedstrijden nog eenvoudig opzij werd gezet met 4-1, zegevierde over Oranje. Een dure les. Dat wel. ,,Ik word er nu niet meer down van als ik eraan terugdenk, maar het blijft een grote gemiste kans.”
Hij legt uit: ,,Met Spanje werd ik vierde op de Olympische Spelen van Sydney, terwijl wij twee jaar daarvoor 20e stonden op de wereldranglijst. We waren de verrassing van het toernooi. Vervolgens kreeg ik Oranje onder mijn hoede. Ik schrok van de trainingsmethode hier. In landen als Spanje en Australië is negen keer trainen per week heel normaal. In Nederland gold drie keer per week met de club en af en toe nog één keer met het Nederlands team, dus maximaal vier keer. Wilde het Nederlands team een serieuze concurrent zijn? Ik heb het in 2001 totaal omgegooid. Ik ben van vier keer gelijk naar zeven keer gegaan. Nu is dat acht keer. Kijk, dat zijn ook uitvloeiselen van perfectionisme.”
Eén wielercoach zei na de Spelen: één dag niets doen op de rustdag van de Tour de France is bij ons funest. We trainen altijd… Wat viel bij ons op tijdens de Olympische Spelen: de poule ging goed, daarna kwamen drie vrije dagen. Dag één trainden we, dag twee gaf ik de meiden vrij. Vriendjes, familie, iedereen mocht over de vloer komen. Maar dat pakte verkeerd uit. Ze maakten ineens dingen mee die niets met sport te maken hadden. Mensen vroegen wat ze op het terras deden. En waarom dat bier voor hun neus stond. Dat was van familie of vriendjes, maar de logische gevolgtrekking was dat de hockeysters alcohol dronken. Dat is dus niet waar. Dat hebben ze nog nooit gedaan. Maar het leed was al geleden. Enkele speelsters kwamen gestresst terug. Ze waren ineens doodmoe.
We zijn toen die focus kwijtgeraakt en ik heb dat niet meer kunnen omdraaien. Ook omdat ik het niet helemaal goed inschatte. Ik dacht dat het de volgende dag wel over zou zijn. Maar het kostte teveel energie. Dat bleek in de halve finale tegen Argentinië. We wonnen slechts ternauwernood met strafballen.
Toen volgde fout twee. Ik was veel te emotioneel. Ik voelde zoveel blijdschap, omdat ik besefte dat we een medaille zouden winnen. Daarbij kwam ook nog dat mijn moeder die dag precies een jaar geleden was overleden. Ik dacht echt, ze is erbij. Voor die laatste strafbal vroeg ik aan mijn moeder ‘mam, alsjeblieft stop die bal. Clarinda hield ‘m. Er kwam een ongelofelijke ontlading. Zowel de speelsters als ik stonden te huilen. We dachten niet zuiver meer. Het effect was dat de moeheid de volgende dag nog groter was. Ik wilde trainen, maar de speelsters zeiden: ,,Nee Marc, alsjeblieft, we zijn helemaal kapot.” Ik zwichtte.
Tijdens het laatste WK heb ik de beste lessen toegepast. We trainden elke rustdag op het heetste tijdstip van de dag. We waren grensverleggend bezig. Want ik wist dat we ons tijdens de wedstrijden, als het een stuk minder heet was, prettiger zouden voelen. En na de halve finale op het WK was de ontlading ook heel anders. Iedereen was blij, maar met een felicitatie en twee kussen was de vreugde voorbij. Op naar de volgende wedstrijd, riepen we.” Lachend: ,,De rest is bekend.”
| < Vorige | Volgende > |
|---|

