Coachen Marc Lammers
Toen Marc Lammers in 2000 het roer van zijn voorganger Tom van ’t Hek overname, schrok hij. ‘Ik vond de fysieke fitheid, maar ook de motivatie en het zelfbewustzijn van de speelsters heel laag. Ze vergaten afspraken, dachten niet mee over het tactisch systeem.’ Alleen door rigoureus te professionaliseren kon Nederland volgens Lammers aanhaken bij landen als China, Duitsland, Spanje, Australië en Argentinië. Hij voerde de trainingsfrequentie op van drie naar zeven trainingen per week, en verwachtte van zijn dames dat ze alles, ook hun maatschappelijke carrière, aan het hockey ondergeschikt zouden maken.
Zes jaar later, in oktober 2006, werden de Nederlandse hockeyvrouwen wereldkampioen door bij het WK in Spanje in de finale Australië te verslaan. Een overwinning van het collectief en een logisch gevolg van de opvoeding van zijn speelsters tot een volwassen, zelfsturende groep, zei een trotse Lammers bij die gelegenheid.
Een opvoeding die zich met horten en stoten had voltrokken. Weliswaar eindigde Nederland bij elk toernooi onder Lammers’ bewind bij de eerste drie, maar uitgerekend de twee grootste finales, die van het WK van 2002 en van de Olympische Spelen van 2004, gingen verloren. Die frustratie achtervolgde speelsters en coach dusdanig dat Lammers het na Athene over een andere boeg besloot te gooien.
Watje
Hij haalde de sportpsycholoog coachtrainer Rico Schuijers als adviseur bij zijn team, en transformeerde zichzelf in korte tijd van een gedreven ‘dwingende’ coach in een coach die van communicatie zijn belangrijkste wapen maakte. ‘Rico hield me een spiegel voor en deed me beseffen dat ik verkeerd bezig was. Dat mijn daadkracht en gedrevenheid dreigde om te slaan in drammerigheid, en dat ik veel meer uit de groep kon halen, als ik ze meer bij mijn plannen zou betrekken.
‘In plaats van te dirigeren en te hameren op wat fout ging, ben ik de speelsters gaan prikkelen om mee te denken. Ik ben ze vragen gaan stellen als: hoe denk jullie zelf dat we de spits van de tegenpartij kunnen uitschakelen, in welke strafcornervariant zien jullie zelf het meest? Alles wat ik uit handen kon geven, gaf ik uit handen en legde ik bij de speelsters neer.
‘Daarnaast heb ik mezelf aangeleerd om veel meer te focussen op het positieve. Op wat de speelsters al kunnen en waar ze wél goed in zijn, en ze daarin te stimuleren.
Hij geeft het voorbeeld van Ellen Hoog die hij een half jaar voor de Spelen van 2004 bij de selectie haalde. ‘17 jaar, een groot talent, maar ik legde de nadruk op de vier, vijf dingen waar ze nog niet goed in was. Daardoor werd ze bang om fouten te maken. Na twee maanden viel ze af. Na de Spelen heb ik haar opnieuw bij de selectie gehaald, en mijn excuses aangeboden. Ik hield haar voor dat ze de snelste hockeyster was met het beste backhandschot die ik kende. Meteen ging haar koppie omhoog en de schouders naar achteren. En meteen ging het bij de trainingen hartstikke goed, en regende het complimenten van de andere speelsters: goh, wat ben jij goed. Maar ze wás al goed, ze was alleen verkeerd gecoacht.’
Ook de manier waarop hij zijn ploeg prepareerde voor belangrijke wedstrijden en toernooien was bij nader inzien niet helemaal in de haak. ‘Ik zette ze teveel voor het blok: jongens, we moeten winnen, we moeten eerste worden. Fout! Het heeft geen enkele zin om te pushen en de druk op te voeren. In de aanloop van het WK heb ik nooit meer aan die verloren finales gerefereerd. We hebben geprobeerd elk duel te benaderen als een strijd die los stond van andere. En bij trainingen lag de nadruk altijd op performance: je taken nakomen, de goede handelingen doen. Als we daar in de wedstrijd ook in zouden slagen, moest het eindresultaat wel goed zijn.’
Er zijn trainers die er een hele carrière over doen om ook maar een beetje te veranderen, Lammers deed het in enkele maanden. ‘Omdat ik van nature heel ambitieus en nieuwsgierig ben. Ik zoek altijd naar nieuwe dingen. In het hockey zijn de verschillen zo gering dat twee procent verbetering het verschil kan uitmaken tussen winst en verlies. De ene keer zit die 2 procent in techniek, materiaal of voeding, de andere keer in een andere stijl van coachen. Het duurde even voor de nieuwe aanpak wortel schoot, maar het rendement was evident: door de speelsters zelf bij de coaching te betrekken en ze verantwoordelijk te maken voor hun eigen ontwikkeling, vergroot je hun motivatie en betrokkenheid.’
Het rendement voor hemzelf? ‘Ik heb geleerd geduldig te zijn en te vertrouwen op de zelfwerkzaamheid van anderen. Ook geneer ik me er minder voor om mezelf kwetsbaar op te stellen, en aan de speelsters te vragen wat ík goed en fout doe. De vraag is namelijk altijd: wie coacht de coach? In mijn optiek zijn dat ook de speelsters. Zij voorzien mij evengoed van input als ik hen. Je moet het natuurlijk niet elke dag doen, dan ben je het watje. Maar af en toe moet je kwetsbaar durven zijn. Om beter te worden.’
Zelfvertrouwen
De eerste keer dat de vernieuwer Lammers van zich liet horen was begin ’90 toen hij als speler van Den Bosch de zogenaamde Sinterklaasstick introduceerde, een stick met een grote krul. ‘Ik was net van het CIOS. Trainde jeugdteams en probeerde van het hockey mijn living te maken. Die stick viel net binnen de regels, je kon er de bal bijna mee tillen en wegdragen, en ik zag een gat in de markt.’ De gevestigde krachten reageerden minder enthousiast: Lammers maakte de sport kapot. De stick werd verboden, maar toen had hij er al achtduizend van verkocht.
In 1999 kwam hij als coach van de Spaanse vrouwen - die hij in twee jaar tijd van de 22ste naar de 4e plaats op de wereldranglijst leidde - met een tweede nieuwtje: de videobril. Met die bril kon hij, dankzij een cameraman op de tribune, al tijdens de wedstrijd beelden terugzien van zaken die zojuist waren voorgevallen. Zo kon hij bijvoorbeeld stante pede controleren wat er bij een strafcorner fout was gegaan, en telkens met tekens aangeven welke variant hij gespeeld wilde zien. Trots: ‘Het rendement van de corner ging van 11 naar 30 procent.’ Wederom was de kritiek niet mals: Lammers was onsportief. Nu werkt iedere coach met die bril.
In 2001 kwam hij met zijn voorlopig laatste truc: na een bezoek aan de Tour de France kwam hij op het idee om de Nederlandse vrouwen uit te rusten met een minuscuul oortelefoontje. Die werd afgedekt met huidkleurige tape waardoor de ‘oortjes’ aanvankelijk onopgemerkt bleven. Lammers leidde de buitenwacht om de tuin door de speelsters tijdens de wedstrijd tekens te blijven geven, terwijl hij ze in feite instrueerde via het telefoontje. Pas bij het WK 2002 viel het team door de mand. Inmiddels zijn de oortjes verboden.
Technologische veranderingen - als ze al worden goedgekeurd - hebben maar een beperkte houdbaarheid. Na verloop van tijd beschikt iedereen team er over en begint de race om 2 procent winst opnieuw. Wat dat betreft is het rendement van de veranderingen die hij doorvoerde op het vlak van communicatie en onderlinge omgang, duurzamer. Omdat ze rechtstreeks raken aan de crux in elke sport: zelfvertrouwen.
Lammers: ‘Dat ligt bij vrouwen gecompliceerder dan bij mannen. Het is er wel of helemaal niet. Bij vrouwen moet je veel individueel communiceren. Ze willen geen negatieve dingen over zichzelf horen in een groep. Een ander verschil is dat vrouwen alles onthouden: emoties, boosheid, conflicten. Ze vergeten misschien de directe aanleiding, maar nooit het conflict zelf en de emoties waarmee het gepaard ging. Jaren na dato spelen ze een conflict gerust nog eens uit. Dat kan het vertrouwen en teamgevoel, de zekerheid dat je op elkaar kunt rekenen, waanzinnig ondergraven. Ik heb geprobeerd duidelijk te maken dat het functioneler is om je direct uit te spreken. Pas als je je uitspreekt, kan er acceptatie ontstaan.
‘Zo ben ik ook omgegaan met irritaties die samenhangen met karakterverschillen en de verschillende rollen in een team. Irritaties tussen introverten en extraverten, tussen talenten en werkers. Fatima (Fatima Moreira de Melo, FO) gaat bij spanning altijd zingen. Dat is haar manier om te ontladen, maar je kunt er anderen gek mee maken. Minke Booij kon zo woedend uitvallen dat ze andere speelsters uit hun concentratie haalde. Door die irritaties te herkennen en te erkennen, werden ze bespreekbaar, en dat is uit oogpunt van teambuilding superbelangrijk. In een team moet je elkaar immers ondersteunen, niet dwarszitten.
‘Bij mannen is die nadruk op communicatie minder nodig. Mannen kunnen de persoon en de emoties beter scheiden. Die zeggen rechtuit in je gezicht dat je een klootzak bent. Even later staan ze met elkaar weer een biertje te drinken. Daar staat tegenover dat vrouwen meer discipline hebben. Als je samen doelen stelt, afspraken maakt over de weg er naar toe, hen laten meedenken, en de sfeer is goed, dan is de individuele discipline van vrouwen sterker. Bij mannen komt vroeg of laat het haantjesgedrag weer naar boven: hoezo vroeg naar bed! Dat maak ik zelf wel uit.’
Functioneel excelleren
Wie mocht denken dat het Nederlands elftal in de aanloop naar het WK een praathuis was geworden, heeft buiten de waard van Lammers gerekend. Behalve op communicatief gebied werd er ook ander gebied nog ruimschoots 2 procent winst geboekt.
Na de Spelen van Athene voerden Lammers en zijn ploeg (de assistent-trainers Rob Bianchi en Max Caldas en inspanningsfysioloog Jos Gijzel) het aantal trainingen op naar negen. Met een scherp oog werd gespeurd naar elk detail dat beter kon.
Lammers: ‘We dachten dat speelsters altijd sprintjes trokken van ongeveer 20 meter. Maar dat blijkt 10 à 12 meter te zijn. Explosiviteit is dus nog belangrijker dan we al dachten, dus zijn we wat anders gaan trainen. Ook heb ik een fysioloog laten uitdokteren hoe je na een wedstrijd het best herstelt. Zo kwamen we erachter dat een warme douche na afloop van de wedstrijd contraproductief is. Het is beter de speelsters na afloop een minuut of tien in een bad te stoppen met water van 8 graden.’ Daarnaast werd de strafcorner geperfectioneerd. ‘We hebben TNO een bewegingsanalyse laten maken van Maartje Paumen. Als ze de stand van haar rechterknie iets zou veranderen, kon ze nog harder slepen.’
Nederland speelde bij het WK op zijn Italiaans: dominant maar uitgekookt. Een ploeg zonder uitblinkers, precies zoals Lammers het wilde, want uitschieters werken verstorend. ‘Bij Argentinië is de hele ploeg afgestemd op Luciana Aymar. Technisch gezien de beste die er rondloopt, ze hockeyt als Teun de Nooijer. Maar ook een rasindividualist. Bij ons is het precies andersom. De basis is het collectief, en als dat collectief goed is, staan de toppers vanzelf wel op. Minke Booij werd uiteindelijk gekozen tot beste speelster van de wereld. Zij is niet de meest technische hockeyster, maar wel de beste in haar compleetheid: mentaal, tactisch, qua discipline en taakbewustzijn. Functioneel excelleren noem ik dat.’
Ínmiddels heeft de wereldtitel zijn eerste tol geëist. Sylvia Karres, 30 pas, kan het niet opbrengen om de boog nog twee jaar gespannen te laten zijn, en is afgehaakt. Lammers zelf is nog niet verzadigd. Even werd er gespeculeerd over zijn vertrek, maar Lammers zegt dat hij zijn contract, tot de Spelen van Peking, wil uitdienen. De huidige ploeg is door de verjonging die hij de laatste twee jaar doorvoerde, nog niet op het niveau dat hem voor ogen staat. Bovendien staat een Olympische titel op zijn palmares nog mooier. ‘Vooral op het individuele vlak is er nog winst te boeken. Als je ziet wat mannen kunnen met een bal… Vrouwen moeten daar dichterbij in de buurt kunnen komen. Ook zijn er nog steeds speelsters die een beetje faalangstig zijn.’
En dan? De mannenploeg als opvolger van Roelant Oltmans?
‘Ik zou graag eens mannen trainen. Niet om het prestige maar omdat ze meer kunnen met een bal. Maar ik ben niet de enige kandidaat. Nederland heeft veel goede coaches. Maurits Hendriks is in Spanje ook heel goed geworden. Ik hoop wel dat er al voor de OS een besluit wordt genomen.’
| < Vorige | Volgende > |
|---|

