Interview Trainers magazine
Voordat hij bondscoach werd van het nationale damesteam was Marc Lammers eerst bondscoach van Spanje. “Daar gingen we van de 20e plek naar de 4e plek, dat is relatief makkelijk. Met Nederland gingen we van 4 naar 1, dat is veel moeilijker. Om beter te worden dan je vroeger was, moeten er dingen veranderen. Maar de eerste reactie bij innoveren is altijd dat de hakken in het zand gezet worden: ‘Weet je het wel zeker?’ ‘Het ging toch goed?’ ‘We zijn nu toch derde van de wereld geworden en wie zegt dat we door al die vernieuwingen we eerste worden?’. Maar dit soort reacties zijn menselijk. Je wilt het liefste doen wat je altijd gedaan hebt, daar hoef je immers niks voor te leren, daar hoef je niks voor te doen en je kunt dan gewoon de wedstrijd spelen zoals de vorige wedstrijd. Maar ik zeg altijd: dan zul je dus ook hetzelfde resultaat krijgen als de vorige wedstrijd. En dan word je dus geen eerste.”
Teambelang
“Om dat te behalen is het teambelang erg belangrijk. Sterker gezegd, het teambelang is alles, iedereen moet zich ondergeschikt maken aan het teambelang. Dan kan het gebeuren dat de één misschien wat minder loopt in de wedstrijd dan de ander, maar dan moet hij wel meer scoren bijvoorbeeld. Maar vergis je niet, ook de Romario’s van deze wereld spelen in het teambelang, dat betekent dat andere mensen dingen moeten opknappen voor hem. Teambelang is niet dat iedereen exact hetzelfde moet doen, het teambelang is het beste uit de mensen halen, maar dan wel gezamenlijk afspreken wat dat inhoudt.”
Doelen
“Dat betekent ook een doel stellen aan het begin van het jaar. Maar dat doe ik niet, dat doen de speelsters. We maken groepjes van vijf, ze gaan bij elkaar zitten en gaan overleggen. Wat is ons doel eigenlijk? Waar gaan we naar toe? Waar willen we naar toe met zijn allen? Nou, dat was vrij snel duidelijk: toen was het wereldkampioen worden, nu is het olympisch kampioen worden. Als ze dat weten, dan vraag ik aan ze: geef nu eens vijf waardes aan die je belangrijk vindt. Wat moet een team uitstralen? Wat moet dit team naar buiten toe uitdragen? En wat naar elkaar toe? Wat vind je belangrijk? Dus we gaan afspreken wat de norm van een tophockeyer is. Hoe moet die eruit zien? Hoe vaak moet die trainen? Welke gezondheid moet die hebben? Dat vraag ik allemaal en daar moeten ze met een antwoord op komen.”
Regels
“Dan vraag ik naar de regels. Binnen welke regels gaan we naar het doel toe? De derde vraag die ik stel is dan: stel dat iemand zich niet aan die regels die we nu afspreken houdt, wat dan? Dan zeggen de speelsters vaak al: ‘Dan spreken we haar er op aan. Dat hebben we afgesproken, dan moet je het dan toch gewoon nakomen?’ Maar dan stel ik weer de vraag: als ze het niet doet, of wanneer ze het niet durven te zeggen, omdat het bijvoorbeeld de aanvoerder is. ‘Nee, dan moet de coach ingrijpen.’ En dat is nu eigenlijk precies wat ik wil. Ik wil eerst dat er sociale controle is en dat pas daarna ik als coach moet ingrijpen.”
Plan
“Op deze manier krijg je echt een verhaal waar de speelsters achter staan. Maar wat zie je vaak? De coach maakt de doelstelling, vertelt wat de normen en waarden zijn, bepaalt de regels en je moet het maar doen. Maar dan krijg je vaak dat ze het stiekem toch niet doen. Ze schudden ja, maar doen nee. Omdat ze het niet zelf hebben uitgesproken. Maar als het jouw eigen plan is en je mag hem ook uitvoeren, dan loop je er veel harder voor, omdat het jouw eigen plan is. Ook al is dat hetzelfde wat de coach in gedachten had.”
Passen
“Je moet er alleen wel van tevoren goed inzien wat de spelers nu eigenlijk willen. Want stel je nu voor dat de spelers met een heel ander doel komen. Dat ze bijvoorbeeld het halen van de olympische spelen al voldoende vinden, dat ze gewoon plezier willen hebben in het (top)hockey en ze hun studie op tijd willen afmaken, 40 uur per week willen blijven werken en dat een topsporter best af en toe een sigaretje mag blijven roken. Als zij dit zo vinden en het zo invullen, dan moet ik stoppen als coach en moet ik wegwezen. Want dan pas ik als coach niet bij deze ploeg. Maar vergis je niet, het is niet zo logisch dat de coach zomaar bij een ploeg past. Vaak genoeg zie je een coach die een heel andere ambitie heeft dan zijn groep. Daarom is het ook zo belangrijk dat die groep zelf de doelstellingen kan maken, de normen en waarden en de regels. Want dan kunnen ze elkaar corrigeren en coachen, maar begrijpen ze ook dat als de coach zegt van: dit hebben we niet met zijn allen afgesproken. Als jij wilt roken, prima, maar dan lig je er wel uit. Dat wordt gedragen door het team, want het is afgesproken door het team. Nogmaals, ik zie het nog te vaak dat de groep een heel andere ‘lijst’ heeft dan de coach. Dan kun je boos worden, maar je kunt dan veel beter gewoon weg gaan. Of je moet in staat zijn om je eigen ambitie en doelstellingen aan te passen.”
Procenten
“Het is niet dat dit nu het verschil is tussen succes of geen succes. Maar de basis staat nu misschien 4% sterker en doordat ze zelf de afspraken hebben gemaakt, zijn ze misschien net even 5% meer gemotiveerd. Het gaat om die kleine procenten. Het is vaak 50 keer 2 procent in plaats van één keer 50 procent. Een speler die van nature lui is, zal nooit de meest proactieve speler worden. Dat lukt je gewoon niet. Maar wij coaches denken vaak van: die luie speler ga ik even actief maken. Nee, die luie speler moet je 5% actiever maken en als dat je lukt, mag je jezelf een schouderklop geven. Net zo goed dat je van een introverte speler geen extraverte speler maakt. Het gaat er juist om dat je spelers leert inzien dat een introverte speler andere kwaliteiten heeft dan een extraverte speler. Die extraverte speler speelt vaak met veel passie en is dan ook erg zenuwachtig voor de finale. De introverte speler is misschien bij minder belangrijke wedstrijden wat rustig, maar bij belangrijke wedstrijd is hij ook rustig. Maar die scoort dan wel rustig zijn doelpuntje, terwijl die extraverte hem waarschijnlijk hard over zou slaan. Die diversiteit in je team is vaak ook de kracht van je ploeg.”
Voorkeur
“Bij heel veel coaches in het voetbal, maar ook in het hockey dan zie dat de coach een voorkeur heeft voor spelers zoals hij vroeger ook was. Was hij vroeger waterdrager, dan heeft hij het liefst 12 waterdragers in zijn team. Dat vindt hij gaaf, daar herkent hij zichzelf in. Dat gaat bijna nooit goed, want met alleen waterdragers red je het gewoon niet. Idem voor coaches die vroeger heel technisch waren. Maar die fout heb ik ook gemaakt. Ik wilde vroeger 16 Marc Lammertjes in mijn team. Lekker daadkrachtig, fanatiek, etc. Maar al snel dacht ik: nee sukkel, je scoorde zelf nooit. Ik schoot hem altijd hoog over. Dus je moet wel die diversiteit hebben. Dat is de kracht van je team.”
Type
“Waar wij ook heel veel aandacht aan hebben besteed is om mensen ook duidelijk te maken dat iemand anders anders is dan jij. Ik heb daarvoor gastsprekers gebruikt en die konden het gewoon heel helder uitleggen aan de groep. Verder komen zij in een paar vragen erachter wat voor type mens iemand is. Ze zien hierdoor wat voor type ze zijn en ze konden in het overzicht ook zien waar de andere speelsters stonden. Ik hou er niet van om spelers in een hokje te plaatsen, maar hierbij is het heel belangrijk om te laten zien: hier sta jij, zo’n type ben jij en je vriendinnetje is precies hetzelfde, daarom is het ook je vriendinnetje. Maar je ziet ook: die trut, die staat daar in dat andere vakje, daarom vind je haar ook een trut. Maar waarom ik dit heb willen laten inzien is dat spelers het gaan herkennen bij elkaar. En als ze dingen zijn gaan herkennen, gaan ze het ook erkennen van elkaar. Dat is dus ook belangrijk, want als je elkaars kwaliteiten en elkaars karakters weet, dan scheelt dat al heel veel irritatie.”
Slecht
“Wat ook belangrijk is dat we ons heel erg gefocust hebben op de dingen waar we goed in zijn en daar hebben we heel hard aan gewerkt. Want als we alleen maar trainen op bijvoorbeeld waar iemand slecht in is, bijvoorbeeld een slechte backhand, dan word je in de wedstrijd ook aangespeeld op die backhand door de spelers om je heen. Dat zijn ze immers gewend op de training. Dan hoor je de coach weer roepen: niet in die backhand, wat heb ik nu steeds gezegd! Dat is gewoon niet de goede manier, want dan word je wederom in de backhand aangespeeld. Je hersenen kunnen immers het woordje niet niet. Want als ik tegen jou zeg om niet aan een roze olifant te denken, waar denk je dan aan? Inderdaad.”
Eenheidsworsten
“Dus we zijn gaan zitten met speelsters: waar wil je de bal eigenlijk het liefste hebben? Daar? Ok, dan gaan we juist daar op trainen. Maar wat doen wij in Nederland bijna allemaal? We trainen minimaal 80% van de tijd waar we niet goed in zijn. Dus we gaan trainen en we gaan iets doen waar we niet goed in zijn. Ten eerste lijkt me dat niet echt leuk en ten tweede werkt het gewoon niet op deze manier. Natuurlijk dat je wel beter wordt. Van die vier maken we wel een vijf, misschien zelfs wel een zes. Maar aan de andere kant werken we niet of amper, dus dat wordt van een acht een zeven en langzaam aan ook een zes. Hierdoor krijg je uiteindelijk alleen maar eenheidsworsten, allemaal dezelfde type spelers. Maar ik dacht vroeger ook zo hoor, maar op een gegeven moment kwam ik er achter en ik heb het veranderd.”
Excelleren
“Zo ben ik bijvoorbeeld met Minke Booij gaan zitten. Zij gaf aan dat ze het liefste in de cirkel wilde spelen om daar de tip-in te spelen. Daar was ze immers goed in. Van de 7 is zij een 8 gaan maken. En omdat het hele team wist dat ze daar goed in was en ze steeds meer zelfvertrouwen kreeg maakte ze van de 8 zelfs een 9. Op het WK speelde ze ‘haar’spel als beste van de wereld, er was niemand zo goed in de tip-in als zij. Zij excelleerde daarin en mede daardoor zijn we wereldkampioen geworden. Dat is ook je rol als coach: ervoor zorgen dat spelers net even boven hun normale kwaliteit uit steken. Dat ze niet 5x in de wedstrijd iets doen waar ze goed in zijn, maar 7x in de wedstrijd. Dat is al 2x meer. Dus dat zijn eigenlijk de drie pijlers van mijn coaching: mee laten denken; kennis en inzicht van elkaar geven en de goede kanten meer gebruiken in plaats van je te richten op de zwakke kanten.”
Kwetsbaar
“Maar dan zul je misschien zeggen: je moet toch ook werken aan je zwakke punten? Dat klopt. Maar sinds ik meer op de sterke punten train, merken we dat het zelfvertrouwen verder omhoog gaat. Maar wat ik nog meer zie, is dat spelers na de training nog even naar me komen van: ‘Mag ik daar en daar nog even op trainen? Want daar ben ik nog niet zo goed in.’ Omdat ze veel zelfvertrouwen hebben, durven ze zich kwetsbaar op te stellen. Dat had ik nog nooit gezien, een topsporter die zich kwetsbaar opstelt. Dus die punten komen vanzelf. Alleen nu is bij ons de verhouding 80 positief en 20 negatief. Vroeger was het andersom. Waardoor spelers elkaar op de slechte punten aanspeelden en elkaar aanspraken op de dingen waar men niet goed in was of niet konden. Daardoor kwam er een hele negatieve sfeer.”
Vergrootglas
“Maar zo werkt het vaak. Helemaal in het voetbal. Een Louis van Gaal doet 100 dingen goed en hij zal vast ook een heleboel dingen fout doen, maar als je het vergrootglas alleen maar daar op richt wat hij niet goed doet, dan krijg je allemaal discussies. Terwijl er juist veel meer dingen goed gaan. Dat is wel het voordeel van hockey ten opzichte van voetbal. Bij ons zijn er gewoon veel minder mensen met dat vergrootglas.”
Overtuigen
“Natuurlijk kreeg ook ik weerstand in het begin. Oud-internationals, mensen die langs de lijn staan, ouders, clubcoaches, districtcoaches. Allemaal zeiden die dat ik gek was. Maar gelukkig zei mijn team: ga gewoon door, het gaat goed, volhouden. Dat zeiden ze ook tegen de bond: laat hem nou zitten, het gaat prima. En nu we eerste van de wereld zijn, zou je misschien denken dat veranderingen makkelijker worden. Maar nu is het juist nog veel moeilijker. Want nu zeggen de speelsters tegen mij: Marc, dit was geweldig, dit was het mooiste wat we ooit hebben meegemaakt, dit was het ultieme toernooi. Nu moeten we het zo houden en niet meer veranderen. Maar ik kom juist weer wel met dingen om het beter te maken. Om dat er door heen te krijgen is nu veel lastiger, want nu moet ik de speelsters nog gaan overtuigen. Overtuigen dat het elke keer weer beter kan. Want de marges worden kleiner en we willen straks wel weer eerste worden op de Olympische Spelen.”
“Ook de Romario’s spelen in het teambelang”
“Als je altijd hetzelfde doet, zul je ook altijd hetzelfde bereiken”
“Wat we in Nederland bijna allemaal? We trainen waar we niet goed in zijn”
“Veel coaches stellen zichzelf het liefst 12 keer op”
“Vaak zie je een coach met een andere ambitie als zijn groep”
Tekst: Paul van Veen
| < Vorige | Volgende > |
|---|

