Op de hoogte blijven





JONGE JAREN

Hij was nergens op bedacht geweest, wist niet beter dan dat ze straks op een speciaal stekkie een groot eigen huis gingen bouwen, een jarenlange droom van het hele gezin. En nu bleek vader naar een andere woning te vertrekken en bleven de kinderen met hun moeder achter in hun Bossche rijtjeshuis. Marc Lammers, tien jaar, voelde zich leeg, onmachtig en erg verdrietig.

Maar het moeilijkste moest nog komen. Zijn moeder, die al op haar 21ste getrouwd was en snel daarna twee kinderen kreeg, had na de scheiding behoefte uit te zoeken wie ze was en wat het leven zoal te bieden had. Het bracht haar op het spoor van Bhagwan, de veelbesproken Indiase liefdesguru die begin jaren tachtig wereldwijd spirituele dolers betoverde.

Ook moeder Riet hing het kralensnoer van Bhagwan om de hals en stak zich in de traditionele rode kleren van diens sanyassins. Wat de beweging precies behelsde, wist Marc Lammers als jochie niet, maar hij begreep wel dat het te maken had met seks en vele Rolls Royces. Hij schaamde zich dood voor zijn moeder. Als ze de stad in moesten, liep hij tien meter achter haar. Vriendjes nam hij nooit mee naar huis. Andere kinderen riepen hem na dat zijn moeder een heks was. Hij ergerde zich ook aan de vreemde vogels die thuis over de vloer kwamen en aan de feesten waar hij niet bij mocht zijn.

Achteraf begrijpt hij dat zij een manier zocht om gelukkiger en daardoor een betere ouder te worden. “Maar als kind voelde ik me verraden. Ik dacht: dan ga ik mijn eigen weg wel.”

Dat deed hij, en die weg leidde naar het hockeyveld. Hij hockeyde al vanaf zijn zevende, maar na de scheiding was hij niet meer bij zijn Bossche club weg te slaan: elke dag bracht hij er vier tot vijf uur door en in de weekends was hij er van ’s ochtends tot ’s avonds en speelde drie wedstrijden op een dag. Door het vele oefenen werd zijn spel snel beter en groeide hij uit tot een tophockeyer. In het hockeyen kon hij zijn energie en frustraties kwijt. En zijn spel leverde hem complimenten op en daarmee een dosis zelfvertrouwen die hij wel kon gebruiken als hij weer eens hoorde hoe zijn moeder over de tong ging.
Hockeyclub Den Bosch was bovendien een sociaal vangnet voor hem. Coach en jeugdtrainer Bart van Lith ontfermde zich over de jongen, nam hem mee naar wedstrijden van Heren I en liet hem in de weekends regelmatig bij zijn gezin logeren. Een normaal gezin van vader, moeder, vijf kinderen, huiselijke gezelligheid en geen rode gewaden.

Toen hij in de puberteit kwam, bood de dagelijkse vlucht naar het hockeyveld niet meer voldoende soelaas voor zijn onvermogen om moeders levenswijze te aanvaarden. Hij wilde bij zijn vader gaan wonen; moeder stemde daarmee in. Vader Lammers, die meubels importeerde, had intussen een vriendin gekregen en woonde met haar en haar twee zoontjes samen in Nuland. Marc Lammers kwam erbij, kon het goed vinden met de jongens en de vriendin en vond het een geweldige tijd. Tot de relatie anderhalf jaar later strandde en hij weer terug moest naar zijn moeder.

Die was intussen tot zijn opluchting uit de Bhagwanbeweging gestapt, had zichzelf hervonden en leefde samen met een heel jonge partner, die het gezin weer samen wist te smeden. “Dat was knap van hem,” zegt Marc Lammers, “want hij was maar zes jaar ouder dan ik. Hij heeft de warmte teruggebracht. Ik heb tot mijn twintigste thuis gewoond terwijl ik dacht heel vroeg op kamers te gaan.”

Behalve Bhagwan Sri Rajneesh was er nog iets dat een stempel drukte op zijn jonge jaren. Leerproblemen. De mavo haalde hij nog net, maar toen hij vervolgens naar de havo ging, regende het onvoldoendes. Pas veel later, op zijn 24ste, bleek uit een onderzoek dat hij een zware vorm van dyslexie had. Dat probleem was in zijn schooltijd nog amper bekend. Zelf dacht hij dat hij niet kon leren; menig docent concludeerde dat hij lui was. Een leraar Engels zei dat hij nog nooit zo’n trage leerling had gehad en stuurde hem de klas uit met de toevoeging: ‘Als jij denkt met hockey je geld te kunnen verdienen, dan ga je maar lekker naar het hockeyveld.’
Het waren onbedoeld profetische woorden.

Toen Marc Lammers de havo verruilde voor de sportopleiding van het Cios, haalde hij daar voor het eerst van zijn leven een acht, voor trainen, daar kwam geen lezen aan te pas en het lag hem goed. Al gauw verdiende hij een centje bij door elk vrij uur trainingen te geven. “Ik deed het met volle passie, want dat was wat ik kon. Zo ging ik mijn concurrenten snel voorbij en mocht ik al op heel jonge leeftijd – ik was 22 – Jong Oranje doen.”

Nadat hij in 2006 hij de nationale hockeydames naar het wereldkampioenschap had gecoacht, wou hij de docent Engels ‘uit dankbaarheid’ een fles wijn bezorgen; maar die bleek inmiddels verscheiden.

Dyslexie is geen handicap, heeft zijn jeugd hem geleerd. “Als je niet goed bent in lezen, compenseer je dat en word je goed in iets anders. Dyslexie is een gave, maar er zijn wel meer gaves, creativiteit bijvoorbeeld, passie, doorzettingsvermogen, emotionele intelligentie. Niet voor niets zie je onwijs veel dyslecten in de muziek, bij het ballet en in de sport.”

Hij realiseert zich wel dat de problemen in zijn jonge jaren ook slecht hadden kunnen uitpakken. Anderen jongeren met vergelijkbare moeilijkheden zoeken hun toevlucht immers tot drugs. Gelukkig vond hij zijn weg in de sport en beschikte hij over genoeg doorzettingsvermogen. “Dat heb ik van mijn ouders geërfd,” zegt hij. “Mijn vader heeft in het diepste dal gezeten en zich eruit gevochten. Mijn moeder koos niet voor de gemakkelijkste weg, maar voor een experimentele weg die veel onbegrip opriep en haar niettemin de juiste leek. Ik weet zeker: als ik deze jeugd niet had gehad, was ik niet zo ver gekomen in het hockeyen en het trainen gekomen. Dus: pa en ma bedankt.”