De Performancemanager
Hockeyclub ’s-Hertogenbosch heeft tegenwoordig een heuse Performancemanager in dienst en wel een met de naam Marc Lammers. Marc heeft zich voor in ieder geval twee jaar verbonden aan de club. Hij wil de performence van de club op alle fronten naar een hoger plan te brengen. Zijn visie.
PerformancemanagerPerformancemanager, de naam bedacht hij zelf. Waarom? ‘Omdat ik bijvoorbeeld niet de nieuwe technisch directeur wil zijn. Ik ben niet verantwoordelijk voor het tophockey of het selectiebeleid benadrukt hij nog maar eens. Het tophockey is maar een klein onderdeel van de club en ik wil me met de gehele performance van de club bezighouden. Daarom een nieuwe naam voor een geheel nieuwe functie. De club zit financieel in een moeilijke positie, dan kun je zeggen we gaan besparen op de kosten. Dat heeft grote gevolgen. Tophockey is dan niet meer mogelijk, geen goede zaak voor zo’n grote club. Je kunt ook proberen meer inkomsten te genereren en dat is waar ik me voor wil gaan inzetten. Met name het eerste jaar ga ik me vooral bezighouden met fundraising. Om de performance van de club naar een hoger plan te tillen heb ik diverse nieuwe ideeën uitgezet in een plan. Om het performanceplan te verwezenlijken hebben we middelen nodig.’
Performanceplan
Een aantal van Marc’s nieuwe ideeën uit het performanceplan op een rijtje. Kabouterhockey, kinderen van 4-7 jaar op een veilige manier kennis laten maken met de sport door ze met foamsticks en zachte ballen te laten spelen. In het verlengde hiervan, kinderopvang op de zondag. ‘Zo kunnen ouders hockeyen, terwijl de kinderen onder begeleiding lekker spelen. Talentontwikkeling begint al in de wieg. Ik zei al ik richt me niet alleen op tophockey. De breedtesport stimuleren valt ook binnen het performanceplan. Bijvoorbeeld leuke activiteiten organiseren voor recreatiehockeyers. Feesten die passen bij de beleving van jeugd-, senioren of veteranenhockeyers. Ook wil ik graag samenwerken met scholen in de omgeving waarop veel hockeyers zitten. In de ochtenduren kan er dan getraind worden om vervolgens les te volgen en ’s middags herhaalt dit zich. ’s Ochtends ben je veel productiever is mijn ervaring en de accommodaties worden in de ochtenduren vaak niet gebruikt.’
Talentontwikkeling
‘Talenten moeten we blijven opleiden en dan vooral behouden voor de club. Dat past ook binnen de visie van de club: Genieten van onze talenten. Veel geld gaat nu naar buitenlandse spelers, als we dan toch ergens willen besparen op de kosten is dat een manier. Maar het behouden van talenten is niet altijd makkelijk en ook hen moeten we iets kunnen bieden. Spelers koppelen aan een bedrijf is een manier om spelers aan je te binden, zonder hoge kosten te maken.’
Partners
Om al deze plannen te verwezenlijken is ondersteuning nodig. ‘Het idee is om per onderdeel een partner te zoeken. De partners zijn belangrijk om het gat tussen de hoofdsponsor Rabobank en de overige sponsors te dichten. Een partner verbindt zich aan een idee en helpt mee het plan te implementeren. De naam van de partner wordt daar dan natuurlijk op alle mogelijke manieren aan verbonden. Daarnaast zullen de partners allemaal een eigen zondag krijgen. Op die zondag wordt alles in teken gezet van de partner en zij mogen natuurlijk zelf aanvullende activiteiten organiseren. Ook kunnen zij eens in de zoveel tijd gebruik maken van de accommodatie, eens wat anders dan het gebruikelijke reclamebord. Zo betrek je sponsors nog meer bij je club, vandaar de naam partners.’
Marc Lammers Courts
Een groot probleem op vele accommodaties is ruimte en de beschikbaarheid van velden. ‘Mijn zoon vindt er op zondag op de club niks aan. Hij kan in de rust van wedstrijden heel even op het veld, maar verder is er geen plek om te hockeyen. Techniek leer je buiten de trainingstijden, gewoon lekker pielen met bal en stick. Vraag maar eens hoe Teun de Nooijer heeft leren hockeyen, ook belangrijk dus voor de talentontwikkeling. Daarnaast moeten kinderen meer bewegen. Maar dan hebben ze wel de ruimte nodig, ook in wijken is dat vaak een probleem. Maar laten we beginnen op de hockeyclubs. Voor de ideeën die ik net schetste zijn de courts tevens een welkome aanvulling. Kleine veldjes zijn overzichtelijk voor zowel de trainers als de kinderen. Door de uitvoering van de courts kunnen ze eventueel ook ingezet worden voor het LG-hockey of aanvullende trainingen voor de topteams, multifunctioneel dus. De courts zijn niet zomaar een veldje, ze kunnen uitgerust worden met allerhande innovaties bijvoorbeeld een snelheidsmeter. De courts zijn ook voorzien van een webcam. Zo kun je zien of je vriendje al aan het spelen is. Daarnaast wel zo handig voor ouders.’
Regiohockey
‘Ik ga me 15 uur per week voor de club inzetten en 5 uur voor het Regiohockey. Regiohockey houdt in dat we met een groep trainers elke week naar een club in een straal van 15 km rond Den Bosch gaan om daar trainers op te leiden. Een tweede probleem in het hockey is namelijk goede trainers. Niet onbelangrijk voor talentontwikkeling in het Zuiden. Ik zet me dus 20 uur in voor het hockey, daarnaast wil ik mezelf blijven ontwikkelen.’
Droom
Mijn droom is dat we over twee jaar voor elk idee een partner hebben en een verantwoordelijke binnen de club. Zo is de implementatie en de continuïteit van het plan gewaarborgd. Ik wil iets neerzetten waar de club nog jaren plezier aan beleeft.
Tekst: Minke Booij
Foto’s: Ben Haeck
| < Vorige | Volgende > |
|---|

