Op de hoogte blijven





Hij hielp de Hollandse hockeydames aan goud in Beijing maar is in gedachten al bij de toekomst. Coach Marc Lammers over innovatieve sportsnufjes, multimediale courts en coachen in het bedrijfsleven.

“Twee jaar voor de Olympische Spelen hebben we tegen elkaar gezegd: winnen is belangrijker dan deelnemen. Daarna hebben we het er nooit meer over gehad.” Die houding is typerend voor hockeycoach Marc Lammers (39): één keer helder het doel stellen, en dan hard werken aan het proces.

Ben je iemand die meer naar de toekomst dan het verleden kijkt? Ik kan me voorstellen dat je na het Olympische goud juist graag nog even terug blijft kijken.
“Voor mijn gevoel is dat al weer ver weg, ook al herinnert iedereen me er overal aan. Ik droom inderdaad liever over de toekomst, bijvoorbeeld als ik naar mijn eigen kinderen kijk.

Zelf was ik als kind altijd buiten aan het spelen. Tegenwoordig bewegen kinderen veel minder, nog maar de helft. Ik vind het leuk om na te denken over hoe je kinderen weer meer aan het bewegen kunt krijgen.”

Ze zitten meer achter de computer en de televisie.
“En daar moet je dus juist handig op inspelen. Op dit moment ben ik met gemeentes en hockeyclubs bezig om supermoderne sportveldjes te maken, waarop webcams staan gericht. Dan zien ze op de computer dat hun vriendjes aan het spelen zijn en denken ze: ik ga ook. Pappa en mamma kunnen meekijken, dat stimuleert.

Die Marc Lammers Courts worden supermodern, met automatische led-verlichting, waar de omgeving geen last van heeft, snelheidsmeters zodat je ziet hoe hard je op doel schiet. Heel futuristisch. Het is belangrijk dat kinderen in de toekomst weer mét elkaar gaan spelen. Voor de sociale vaardigheden is de computer niet goed.”

Je houdt wel van technologische snufjes. Een videobril om strafcorners terug te kijken, hartslagmeters, speciale hockeysticks... Wordt sport in de toekomst misschien steeds meer een strijd tussen techniek, zoals nu al over het autoracen wordt gezegd?

Het zijn nog altijd de mensen die het moeten doen, hoe goed je technisch ook ondersteund word. Maartje Paumen scoort, niet de stick. Sterker nog: innovaties maken de druk juist hoger. Je hebt de beste materialen, dus er is geen excuus meer.

Er zullen altijd weer slimme innovaties blijven komen, in trainingsmethode en bewegingsanalyse. Ook records blijven verbroken worden. De kunst is om vijf procent slimmer, innovatiever en gemotiveerder te zijn dan je concurrent. Uit de menselijke factor is veel meer winst te halen dan uit materialen en computers. Die helpen wel, maar de motivatie zit in de hoofden.”

Jij past dat tegenwoordig ook toe in het bedrijfsleven, met lezingen en trainingen. Wil je daar ook een winnaarmentaliteit kweken?
Het bedrijfsleven gaat denk ik enorm veranderen. Ze zullen er gaan werken in Olympische cycli: een doel stellen voor over vier jaar, dat in stukjes hakken, een miniperiodisering van een aantal weken, en je daarin niet blind stalen op targets maar werken aan de performance van mensen. Op het winnen van de Spelen heb je geen honderd procent invloed. Wel op het proces.
Ik vind het leuk om wat ik in de sport heb geleerd breder toe te passen. Een bedrijf lijkt op een sportteam. Je moet met verschillende karakters leren samenwerken om een gezamenlijk doel te halen. Als manager of directeur probeer je ook je tegenstander voor te blijven.”

Hoe zie jij de toekomst van de sportcompetities? Vooral bij het voetbal is er de angst dat het steeds meer een competitie wordt tussen rijke clubs, die de beste spelers opkopen.
“Die tendens moeten we tegengaan, bijvoorbeeld door een verplicht aantal spelers uit je eigen omgeving in de selectie op te nemen. Vanwege het vrije werkverkeer binnen Europa is dat nu nog niet mogelijk. Er zal een speciale wet voor sport moeten komen. Ik verwacht dat die regelgeving er binnen tien jaar is, zodat de grote competities geen speelgoedje worden van rijke mensen. Ik vind ook dat we een minister van Sport moeten krijgen, die daar bijvoorbeeld op kan toezien.”

Minister Marc Lammers?
“Ik denk dat anderen daar op dit moment geschikter voor zijn. Aan wie ik dan denk? Richard Krajicek misschien. In elk geval niet iemand uit bestuurlijk Den Haag. Het moet iemand zijn die een passie voor sport heeft en dat wil verkopen. Erica Terpstra is een goed voorbeeld.”

Kan het ook zijn dat we over twintig jaar een Europese Olympische ploeg hebben?
“Dat zou jammer zijn. Ik hou van vernieuwen, maar je moet ook de nostalgie rond sport bewaren. Misschien dat er ooit een team van Nederland, België en Luxemburg komt, maar zelfs dat vraag ik me af. Om strijd te leveren heb je tegenstanders nodig. Nederlanders zullen dat niet gauw opgeven. Sport is belangrijk voor de identiteit van een land. Dat komt uit een oerinstinct van vroeger: laten zien dat je de beste bent. Ik zie ons nog niet samen met Duitsland een WK spelen."

“Je ziet dat het hele Oranjegedoe rond sport juist enorm toeneemt. Er is ook veel meer merchandising, aangejakkerd door de televisie. Het is af en toe te zot voor woorden. Het nationalisme van Nederland is groter dan dat van andere landen. Ik heb vier jaar in Spanje gewoond, en daar was het een stuk minder.”

Gaan Nederlanders in de toekomst meer sporten, bij verenigingen en op scholen?
“Er wordt steeds minder sport gegeven op scholen. De verenigingen moeten met die scholen gaan samenwerken. In de toekomst zul je zien dat ze hun lesroosters aanpassen, speciale sportklassen maken. Laat kinderen van half negen tot elf les hebben, dan hockeyen (sporten), om één uur terug naar school, tot half vijf en dan door naar de teamtraining. Die scholen zullen waarschijnlijk meer leerlingen trekken. En dan zal de sport in Nederland beter worden. In Australië sporten ze twee keer per dag. Die halen dan ook veel meer medailles.”

En jouw eigen toekomst? Je bent gestopt als bondscoach. Er wordt gespeculeerd dat je de nieuwe Olympische chef de mission gaat worden.
Daar is nog niks over te zeggen, al vind ik het leuk dat ik genoemd word. Het zou mooi zijn, maar voorlopig ben ik bezig mijn eigen bedrijf uit te bouwen, ben ik met hockeyclub Den Bosch aan het vernieuwen, bedenk ik manieren om kinderen nog meer aan het sporten te krijgen.

Bovendien heb ik nu eindelijk meer tijd en kan ik mijn eigen agenda bepalen. Ik heb twaalf jaar naar de internationale sportkalender geleefd. In de zomervakantie van de kinderen had ik altijd toernooien. De laatste tien jaar ging mijn vrouw altijd alleen met de kinderen op vakantie. Pappa wil nu eindelijk eens een keer mee.”