Waar een crisis is, is een kans
Marc Lammers mag als bondscoach dan met pensioen zijn, vrije tijd heeft hij nauwelijks. Talloze nieuwe plannen en uitdagingen liggen op hem te wachten. Bij Den Bosch, maar vooral bij de jeugd. ‘Ik vind dat we onze kinderen teveel pamperen.'
‘Mijn zoontje is bont en blauw geschopt. Hij vergeet het nooit meer.'
‘Ze sloegen elkaar bijna een hersenschudding, maar er was nergens anders ruimte om te pielen'
‘Ik mis het coachen niet, maar dat gaat nog komen'
‘We legden vier jassen neer en gingen lekker ballen. Geen ouder zeurde over overbelasting.'
Ben je al in het zwarte gat gevallen?
‘Nee, helemaal niet. Ik kan me daar ook niets bij voorstellen. Er zijn altijd nieuwe uitdagingen. Ik vind dat zwarte gat maar een raar verhaal.'
Dus jij verveelt je niet?
‘Integendeel. Ik ben sinds de Spelen ontzettend druk.'
Waarmee?
‘Met heel veel dingen. Vooral met praatjes bij bedrijven. Ze willen allemaal weten hoe het ons is gelukt om na het WK ook goud te winnen op de Spelen. Topsport en bedrijfsleven hebben veel gemeen. Het lukt bedrijven vaak niet om heel lang te pieken. Daarom vinden ze mijn verhaal zo interessant.'
Heb je daar een dagtaak aan?
‘Eigenlijk wel. Ik word vaak gevraagd. En eerlijk gezegd wil ik daar ook van profiteren. Over een jaar is de aandacht een stuk minder groot.'
Heb je wel genoten van je succes?
‘Op een bepaalde manier wel. Als ik een spreekbeurt geef, laat ik beelden zien van Beijing. Daar geniet ik van. En ik heb nu langer de tijd om te genieten. Na het WK in 2006 moest ik me meteen weer richten op de Champions Trophy, die een paar maanden later was. Ik leefde in een koker en werkte van toernooi naar toernooi. Ik ben nu nog steeds weinig thuis, maar ik ben wel uit die koker. Ik ben niet meer dag en nacht met één ding bezig.'
Heb je het coachen al gemist?
‘Nog geen moment. Hoewel het in het begin wel vreemd was. Toen ik in de krant de selectie van de potentials las, wilde ik al bijna boos naar de KNHB bellen om te vragen hoe dit uitgelekt kon zijn...'
Inmiddels ben je daar wel aan gewend?
‘Ja. Herman Kruis is de bondscoach. Niet Marc Lammers.'
Je bent stiekem toch het team van je dochter gaan coachen?
‘Ja, als vader. Omdat ik het leuk vind.'
En omdat je wat teweeg wilt brengen?
‘Nee, dat is niet mijn insteek. Natuurlijk ontdek ik wel weer nieuwe dingen.'
Zoals?
Ik zie vooral dat er in het hockey veel goed gaat. Maar ik vind wel dat we onze kinderen te veel pamperen.'
Pamperen?
‘Ja, we doen alles voor ze. We pakken hun sporttas in, brengen ze naar de club, dragen de tas, kleden ze aan en na afloop helpen we ze bij het afdrogen. Ik heb dat bij mijn eigen zoontje - die aan voetbal doet - ook gezien. Die werd kwaad toen ik vergeten was een handdoek in zijn voetbaltas te doen. Vond ‘ie stom van mij. Een week later heb ik het anders aangepakt. Ik liet ‘m zelf zijn tas inpakken. Voor de wedstrijd zag ik hem zoeken in zijn tas. Zegt ‘ie: ‘Pap, wat dom. Ik ben mijn scheenbeschermers vergeten.' Ik had ze kunnen halen, we wonen vlakbij. Maar ik deed het niet. Mijn zoontje is bont en blauw geschopt. Maar hij vergeet het nooit meer. En het belangrijkste: hij geeft mij niet meer de schuld. Nog een voorbeeld. In het voetbalteam van mijn zoontje worden alle kinderen nog door hun ouders afgedroogd na het douchen. Behalve die van mij. Dan hoor ik ouders smiezen: ‘Wat zielig voor dat jongetje.' Dan denk ik: wat zielig voor al die andere jongetjes. Die zijn acht jaar en kunnen zichzelf nog niet afdrogen.'
Probeer je de ouders op jouw club Den Bosch dit ook mee te geven?
‘Ja, maar dat is soms wel eens lastig.'
Je komt aan hun opvoeding.
‘Precies. Daarom verplicht ik niemand iets. Maar ik zeg wel: heb je daar wel eens over nagedacht.'
Je bent sinds 1 januari performance manager bij Den Bosch. Waarom mogen we je geen technisch directeur noemen?
‘Omdat ik dat niet ben. Als ik op de stoel van de technisch directeur was gaan zitten, was er niets veranderd. Juist door een nieuwe functie te creëren, kun je dingen vernieuwen.'
Maar wat ga je precies doen?
‘Ik heb een groot aantal plannen die ik wil uitvoeren. Om op die manier de club naar een hoger plan te tillen. Daar zijn sponsoren voor nodig en die ben ik zelf aan het zoeken. Ik wil sponsors aan één project labelen. Ik zoek bijvoorbeeld een aparte sponsor voor de mini's. Er zijn genoeg grote speelgoed- of snoepfabrikanten die zich via die kleintjes willen profileren.'
Snoepmerken? Dat kan toch niet?
‘Waarom niet?'
Daar worden kinderen dik van.
‘Als je snoep koppelt aan iets dat bewegen en sporten stimuleert is dat niet raar.'
Noem nog eens een paar ideeën?
‘Kabouterhockey voor de kleintjes is heel erg populair. Ik vind dat je daar zachte foamsticks voor nodig hebt. Die kosten geld. En ik wil op zondag een kinderopvang creëren. Vaak melden hockeyende ouders zich zondags af omdat ze geen oppas voor hun kind hebben. Als wij op de club nu een opvang à la Ikea regelen, dan kunnen ouders lekker hockeyen en een drankje drinken zonder dat ze omkijken hebben naar hun kind.'
Een ballenbak op Den Bosch?
‘Bijvoorbeeld. En ik denk ook aan een overdekt miniveldje, zodat ze met slecht weer toch lekker buiten kunnen spelen. Er moet dan wel iedere zondag een professionele kracht komen die zich met deze kinderen bezighoudt. En zoiets kost geld en dat ga ik proberen te halen bij bedrijven.'
Lekkere tijd om sponsoren te zoeken.
‘Het is inderdaad niet makkelijk. Maar waar een crisis is, is een kans. Als andere clubs niet actief sponsoren gaan werven omdat de tijd ongunstig is, heb ik alweer een voorsprong.'
Ben je niet bang dat jij alleen maar op jacht naar geld moet?
‘Het eerste jaar waarschijnlijk wel, ja. Maar dat is ook nodig. We moeten financiële armslag hebben om de plannen uit te kunnen voeren.'
Hoeveel tijd geef jij jezelf?
‘Ik heb een tweejarig contract bij Den Bosch. Ik hoop in het tweede jaar al wat plannen te kunnen uitrollen, zodat we over twee jaar kunnen zeggen dat er op de club echt iets veranderd is. Dat is mijn uitdaging.'
Heb je de volledige vrijheid van het bestuur?
‘We doen alles in overleg. Het bestuur weet van de plannen die ik wil uitvoeren.'
Is het je vooral om de jeugd te doen?
‘Veel mijn plannen richten zich inderdaad op de jeugd. Maar uiteindelijk gaat het me om de hele club. In de top en de breedte moet Den Bosch groeien. Maar ik ga me niet met tophockey bemoeien. En spelers van Heren 3 moeten mij ook lastigvallen met de vraag waarom ze niet in het tweede zitten. Daar hebben we al mensen voor. Mijn plannen moeten ervoor zorgen dat het gezelliger wordt op de club, dat het financieel goed gaat, maar ook dat talenten zich optimaal kunnen ontwikkelen.'
Klopt het dat jij kinderen om elf uur van school wilt halen om te gaan hockeyen?
‘Ja. Ik heb al met een middelbare school gesproken. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen beter presteren op school als ze het leren afwisselen met sport. Als ze nou bij ons iedere dag anderhalf uur komen hockeyen en een gezonde lunch eten, kunnen ze daarna weer terug naar school. Daar kunnen ze dan langer doorgaan, zodat school goed aansluit op de training die ze met hun eigen team hebben.'
Is dit omdat de jeugd meer moet bewegen, of omdat dit goed is voor talenten?
‘Allebei. Die twee zaken hebben veel raakvlakken. Meer bewegen is gezond. En als je veel beweegt, kun je je talent beter ontwikkelen.'
Maar heb je het dan over serieuze hockeytraining, of over spelen?
‘We moeten die kinderen geen sprint- of krachttraining laten doen. Ze moeten lekker dingen doen die het lichaam gewend is. Dan krijg je geen overbelasting. Dus zie het meer als spelen dan als trainen. Net zoals ik vroeger iedere dag met vriendjes ging voetballen. We legden vier jassen neer en gingen lekker spelen. We deden wat we leuk vonden. Er was geen ouder die zeurde over overbelasting. Kinderen moeten vaker zelf ontdekken wat ze kunnen en leuk vinden.'
Gebeurt dat te weinig?
‘Kinderen ontdekken nog wel, maar dan achter de Wii of de Playstation. We moeten voorwaarden scheppen zodat kinderen zich kunnen ontwikkelen, maar daarna moeten we ze stimuleren om zelf dingen uit te vinden en zelf na te denken.'
Hoe zit het eigenlijk met de Marc Lammers Courts?
‘Daar ben ik ook druk mee. We zijn al met zeker tien clubs in gesprek.'
Is dit nu je eigen idee, of heb je je naam verbonden aan een project van een bedrijf?
‘Allebei. Ik liep met dit idee rond en heb dit ook naar buiten gebracht. Toen kwam er een bedrijf dat hier wel wat in zag.'
Maar dit is toch niets nieuws?
‘Het veldje op zich niet. Maar de faciliteiten die de Marc Lammers Courts bieden wel. Het ideale court heeft webcams, een snelheidsmeter in het doel en wordt verlicht met milieuvriendelijke led-verlichting. En er ligt dezelfde grasmat als op het hoofdveld. Zodat de topteams er corner- en spitsentraining kunnen doen.'
Webcams?
‘Om trucs en mooie goals registreren, die je later thuis op de computer terug kunt kijken. En je kunt thuis ook via de webcam zien of er andere kinderen aan het spelen zijn.'
En dan kom je een kwartier later op het veldje en dan is iedereen weg.
‘Ja, dat zou kunnen...'
Zijn deze veldjes hard nodig?
‘Ja. Laatst stond ik op zondag naar Heren 1 van Den Bosch te kijken. In de rust kwamen er 120 kinderen het veld oprennen om even vijf minuten te hockeyen. Ze sloegen elkaar bijna een hersenschudding, maar er was nergens anders ruimte om te pielen. Alle velden zijn op zondag bezet. Met een Marc Lammers Court hebben ze altijd een plek om te pielen. En pielen betekent talentontwikkeling. Twee keer per week trainen is leuk, maar je wordt pas echt goed als je iedere dag lekker met bal en stick aan het oefenen bent.'
In die talentontwikkeling lijk jij een beetje door te slaan. Jij wilt baby's in de wieg al een bal geven, zei je laatst in Sportweek.
‘Dat was meer als geintje bedoeld. Maar het is wel bewezen dat als je kinderen van één veel met een bal laat spelen, ze op hun vijfde een beter balgevoel hebben dan leeftijdsgenootjes. Het is misschien wat vergezocht, maar we hebben hier in Nederland de mond vol van de Olympische Spelen in 2028. Kinderen die nu geboren worden zijn dan twintig. Je mag best ver vooruitkijken.'
Maar je bent dus niet helemaal gek geworden?
‘Nee, hoor. Nogmaals: als je serieus praat over de organisatie van een groot evenement als de Spelen, moet je daar ook serieus mee bezig zijn.'
Is er op dit gebied geen grotere rol voor jou weggelegd?
‘Zoals?'
Minister van Sport.
‘Ik vind wel dat er in Nederland een minister van Sport zou moeten komen. Maar of ik dat moet zijn? Er zijn denk ik anderen die dat beter kunnen. En zoiets moet je niet najagen. Dat moet op je pad komen.'
Tot slot: zien we jou nog terug als coach?
‘Ik verwacht nog wel terug te komen. Nu mis ik het coachen nog totaal niet, maar dat gaat vast komen. Ik zie mezelf nog wel aan de slag gaan bij de heren. Misschien in Nederland, maar het kan ook het buitenland worden.'
| < Vorige | Volgende > |
|---|

