Op de hoogte blijven





Selecteren op talenten en niet op eenheidsworst

Marc Lammers is hot. Na de wereldtitel, vorig jaar in Madrid, wil iedereen contact met hem. De interesse voor zijn doen en laten beperkt zich daarbij niet tot de sportwereld; ook het bedrijfsleven wil gebruik maken van Lammers kennis op het gebied van motivatie, teambuilding en coaching. ‘Sinds we wereldkampioen zijn, mag ik mijn zegje doen en lijkt mijn verhaal ineens te kloppen. Daarvoor zijn we echter vier keer tweede geworden, maar toonde slechts weinigen belangstelling voor wat ik te melden had.’ Hoewel de 38-jarige Haarsteger grote vraagtekens plaatst achter dit fenomeen, spint hij er ook garen bij. ‘Ik word nu regelmatig gevraagd voor lezingen en presentaties. Wat mij daarbij fascineert is de overeenkomst tussen een topsporter en een ondernemer. Beide hebben dezelfde nadrukkelijke wens: ze willen beter zijn dan hun concurrenten. Daarom geldt voor beide het devies: zoek naar de details. Daar maak je het verschil!’

Pakistaanse hockeysticks

De hockeycoach weet waarover hij praat. Na zijn studie aan de SIOS startte hij met het geven van trainingen aan verschillende nationale jeugdelftallen. Daar kreeg hij echter nauwelijks voor betaald. Lammers zocht naar nieuwe wegen om aan extra inkomsten te komen. Via zijn contacten in Azië, kon hij Pakistaanse hockeysticks importeren. Nadat hij in Nederland sportwinkels bereid had gevonden deze voor hem te verkopen, was Lammers plots ondernemer. En een succesvolle ook, want de omzet steeg in korte tijd fors. Daarom twijfelde hij lang toen de Spaanse hockeybond hem in 1998 vroeg bondscoach van dat land te worden. ‘Ik had het hier naar mijn zin, met mijn bedrijf en mijn werkzaamheden als assistent-trainer van Jong Oranje.’ Toch koos hij voor de zon, of beter gezegd, voor het avontuur en vooral: voor de uitdaging. In Spanje presteerde hij optimaal. Toen hij begon stond het nationale team 20e ste op de ranking, toen hij na drie jaar zijn functie inruilde voor die van bondscoach van het Nederlandse damesteam, waren de Spanjaarden opgeklommen tot de vierde plaats. Daardoor waren de verwachtingen bij Oranje gelijk hoog. En de prestaties? Die vielen aanvankelijk wat tegen. Na twee bronzen medailles waren er zelfs geruchten over een vroegtijdig ontslag.

Tussen de oren

De kritiek op Lammers betrof niet enkel de prestaties, maar ook zijn werkwijze. Zo werd hem verweten dat hij teveel - en te hard - trainde. Ook werden uitroeptekens geplaatst achter zijn voortdurende zoektocht naar verandering en zijn “afwijkende” manier van coachen, met veel ruimte voor innovatie en eigen inbreng van de speelsters. ‘Waar het om gaat in topsport, is progressie. Je moet continu winst willen maken, in elk onderdeel, ook al betreft het slechts enkele procenten. Dat is mogelijk, zelfs bij oudere speelsters. Iedereen kan leren, dat is een instelling.’ En dus besteedt de Brabander opmerkelijk veel tijd aan het mentale proces. ‘De verschillen zitten tussen de oren. Technisch en tactisch is er namelijk een bepaalde grens aan topsport. De winst valt te behalen door een andere denk- en werkwijze. Eén die uitgaat van mogelijkheden, in plaats van onmogelijkheden. Eén die gebaseerd is op dromen, niet op angsten. Een werkwijze ook waarin je zoekt naar kansen en niet naar het vermijden van risico’s.’ Volgens Lammers is dit voor de meeste ondernemers een abc-tje. ‘In tegenstelling tot sporters, bulken managers en directeuren meestal van het zelfvertrouwen. Zij gaan primair uit van hun eigen kracht. Op dat punt kunnen topsporters nog een flinke winst maken.’

Burn-out

Zelfvertrouwen als voorwaarde voor succes. Lammers weet het zeker. ‘Pas dan kun je je kwetsbaar opstellen, durf je fouten te erkennen en de eerste stap te zetten daarvan te leren, zonder aan de kritiek tenonder te gaan.’ Waar een gebrek aan zelfvertrouwen zoal toe leidt, ziet de hockeycoach regelmatig om zich heen. Ook in het bedrijfsleven. ‘Stress en burn-out overheersen daar. Vaak is het een gevolg van een verkeerde aansturing. Dan staat het “resultaatdoel” centraal - iets waarop je als medewerker overigens nauwelijks invloed hebt - en wordt er vooral gecorrigeerd in plaats van gemotiveerd. Niet het talent van de medewerker is het uitgangspunt, maar zijn tekortkomingen.’ In het onderwijs constateert de gedreven analyticus een vergelijkbaar patroon. ‘Docenten en ouders praten niet over de “acht” op het rapport, maar over de “vijf”. Ongeacht het potentieel van het kind. En deze generatie moet over twintig jaar het succes van Nederland garanderen!’

Het gebrek aan ruimte voor excelleren irriteert Lammers. ‘Ik was als kind dyslectisch, daar ondervond ik al voldoende last van, zonder dat het door leraren almaar werd geaccentueerd. Zoals mijn docent Engels, die mij ooit toebeet dat ik een luilak was. Die opmerking heeft mij toen zo gekrenkt, dat mijn motivatie daarin opgesloten ligt, denk ik. Ik wil zo graag bewijzen dat ik ondanks deze handicap, toch de top kan halen. Met mijn talent.’

Excelleren

Talent: het woord valt regelmatig. Lammers heeft de waarde ervan moeten leren. ‘Ook ik besteedde aanvankelijk slechts aandacht aan het verbeteren van de zwakke punten van mijn speelsters. En maar oefenen, elke dag opnieuw. Niemand vond het leuk, maar ja, het moest. Ook tijdens wedstrijden was fouten maken uit den boze. En dan opeens ervaar je dat zowel het spelplezier als het zelfvertrouwen niet verder stijgt. Ik heb het roer drastisch omgegooid en ben mij op de bovenkant gaan richten: op het ontwikkelen van talent. Dat leverde veel meer op. Plezier bijvoorbeeld. En resultaten, want door talent kun je excelleren en win je wedstrijden.’

Ondanks deze heldere logica, ziet hij menig coach het nog op de “ouderwetse” manier doen. ‘Met name in het voetbal domineert de hiërarchie. De coach bepaalt de tactiek; spelers zijn marionetten, geen individuen. Eigen inbreng wordt allerminst op prijs gesteld. De coach selecteert dus op eenheidsworsten, niet op talent en excellerend vermogen.’

Intrinsieke motivatie

Lammers vindt het onbegrijpelijk. Tegelijkertijd ligt daar voor hem een nieuwe uitdaging. ‘In de voetballerij valt inderdaad nog veel winst te maken. Trainers moeten de macht niet voor zichzelf houden, maar spelers eigen verantwoordelijkheid geven. Laat ze zelf nadenken, laat ze zelf keuzes maken. Stimuleer ze daarin. Prikkel ze tot pro-actief handelen. En weet dat de intrinsieke motivatie van een sporter - maar ook medewerker - altijd groter is bij zijn eigen keuze, dan bij een oplegde verplichting. Heb het lef als trainer of directeur de tijd te nemen voor dit proces en geef spelers of medewerkers prioriteit boven output en allerlei zogenaamd relevante resultaatdoelen. Geloof erin!’