Innovatie Hockey versus Voetbal
Roelant Oltmans, bondscoach van de hockeyheren, was als manager van NAC actief in de voetbalwereld. Elf tegen elf is elf tegen elf. Maar in het hockey mogen spelers onbeperkt worden gewisseld, werd buitenspel afgeschaft en het gebruik van videobeelden geïntroduceerd.
Roelant Oltmans: ‘De tijdstraffen, waarbij een speler na een overtreding enige tijd naar de kant moet en die bij ons goed werken; dat zou ook iets voor voetbal kunnen zijn. De mogelijkheid om spelers constant te wisselen heeft in het hockey geleid tot een hoger tempo en meer spektakel; en meer invloed van de coach. Tijdens de laatste Champions Trophy is het gebruik van video-apparatuur geïntroduceerd, zodat duidelijk is of een bal wel of niet over de doellijn was. Toen ik 8 jaar geleden bij NAC in het profvoetbal ging werken, brak meteen paniek uit toen de resultaten even tegenvielen. De trainer moest weg, nieuwe spelers moesten komen. Argument voor dat eerste was, zoals altijd: onder druk van supporters, sponsors en media konden we niet anders dan hem ontslaan. In de hockeywereld is dat ondenkbaar. Als coach van Bloemendaal heb ik eens na vier wedstrijden onderaan gestaan, en we zijn toch nog kampioen geworden. In de voetballerij had ik al lang een schop onder m’n hol gehad. Bij NAC ben ik trouwens ook fysiek bedreigd, wat in hockey -althans in onze regionen- ook ondenkbaar is.’
Sjef Janssen: ‘Het allerbelangrijkste voor een coach blijft te allen tijde: kijken naar en openstaan voor wat je om je heen ziet gebeuren. In onze sport werken we één-op-één of beter: één-op-twee. Coaches in teamsporten hebben met een groep te maken. Daarom kan ik, sinds ik ook bondscoach ben en met meerdere ruiters werk, van hun ervaring en werkwijze leren. Voor hen is het interessant te zien hoe wij werken met wat het lastigst coachbaar is: dieren. In beide gevallen draait het om communiceren en súperconsequent zijn.’
Wiljan Vloet: ‘Wat me opviel toen ik bij Marc Lammers mocht rondkijken, was de zelfwerkzaamheid van de speelsters. Ze bekijken videobeelden van hun eigen wedstrijden en van tegenstanders. Vervolgens komen ze zelf met commentaar en reacties, met analyses van hun eigen spel en van tegenstanders, en dragen oplossingen aan. In voetbal -wat toch veel meer en ook langer een professionele sport is- wordt dat aan de coach overgelaten. Op dat gebied kan voetbal veel van hockey leren, en ook op gebied van beleid en medische begeleiding. Maar hockey heeft bij lange na nog niet de impact, de media-aandacht en sportieve en commerciële belangen van voetbal. De druk -van publiek, sponsors en pers- is veel groter. Bij verdere professionalisering kan hockey op die gebieden weer veel leren van voetbal.’
Marc Lammers: ‘Meer persoonlijke aandacht en trainingen, waardoor spelers individueel beter worden, maken het team sterker. Je hoeft niet altijd met de hele groep te trainen; dat kan ook per linie. Goed betaalde voetbalprofs komen niet in de buurt van achturige werkdagen. Dat is ook niet haalbaar. Maar terwijl de aanval traint, kan de verdediging met de assistent-trainer video kijken -geen hele wedstrijd, maar de relevante spelsituaties- en worden de middenvelders door de fysiotherapeuten behandeld. Na anderhalf uur draaien wij dat door. Voetbaltrainingen zijn vaak hetzelfde: met z’n allen inlopen, daarna een rondootje, dan een partijtje en klaar. Maar je kunt ook -individueel of met een groepje- trainen op zwakke punten: koppen, trappen met het zwakkere been en -vooral bij spitsen, die in een kleine ruimte moeten spelen- de balaanname. Wie op vijf vlakken vijf procent verbetert, wordt een 25 procent beter speler.
Tijdens besprekingen geef ik de speelsters verantwoordelijkheid via open vragen: hoe denk jij dat we deze wedstrijd kunnen winnen? Hoe stoppen we die sterspeelster af? Dan gaan ze video-beelden zoeken en komen vervolgens met het antwoord. En omdat ze dat zelf ontdekt of bedacht hebben, zullen ze die oplossing beter onthouden dan wanneer ik het vertel. In voetbal weten spelers soms niet eens tegen welke ploeg ze de volgende zondag spelen, en wie hun directe tegenstander -met z’n zwakke en sterke punten- is. Dat vind ik, zeker in een professionele sport, onvoorstelbaar.’
| < Vorige | Volgende > |
|---|

