Hockey Magazine 2006 CT
Marc Lammers is iets wat veranderd, zegt-ie zelf. Na de Olympische Spelen van Athene zijn de oogkleppen afgegaan. Neemt hij wat vaker gas terug. ‘Tijdens de Champions Trophy in Rosario wilde ik ’s avonds nog wat videobeelden bekijken met de speelsters. Zei Pieter Offerman tegen mij: ‘Marc ik word helemaal gek van die video-analyses. Nu even niet. We gaan de stad in om een biertje te drinken.’ Dat biertje hebben we uiteindelijk nooit gedronken, maar we zijn die avond wel even het hotel uitgeweest. Dat had ik voorheen niet zo gemakkelijk gedaan.’
De ontspannen benadering leverde tijdens de Champions Trophy in Argentinië goud op. Ruim twee maanden na de verloren olympische finale nam Oranje revanche en werd Duitsland deze keer wél verslagen. Toch is het volgens Lammers te simpel gedacht om de gewonnen Trophy als blauwdruk voor toekomstig succes te zien. Hij benadrukt dat de druk in Argentinië anders was dan voorheen. ‘We gingen daar met een behoorlijk nieuwe ploeg naartoe. Niemand verwachtte dat we gingen winnen. Sterker nog, ons doel was om niet te degraderen. Dat we uiteindelijk de finale wonnen, was natuurlijk fantastisch, maar ook totaal onverwacht.’
De bondscoach beseft dat juist die opmerkelijke prestatie de druk voor de komende Europese titelstrijd meteen weer heeft opgevoerd. Wordt Nederland slachtoffer van het eigen succes? ‘Het EK is een toernooi waarvan iedereen nu zegt: dat moet Nederland winnen. Dat is niet nieuw voor ons, zo gaat het meestal. We zijn nou eenmaal vaak de favoriet, zeker voor de buitenwacht. Dat brengt druk met zich mee en die gaat gemakkelijk in de hoofden van de speelsters zitten.’
Om de spanning weg te nemen, spreekt hij met zijn speelsters zo min mogelijk over het eindresultaat. ‘Onze doelstellingen zijn gericht op handelingen en taken in het veld. Dat kunnen we zelf sturen, terwijl dat voor het uiteindelijke resultaat een stuk minder is. Daarbij spelen ook factoren een rol waar je zelf niets aan kan doen.’
Excelleren
Zijn stijl van coachen is niet veranderd, stelt Lammers. Maar wat hij wel heeft aangepast, is de invulling van zijn trainingen. Nog nadrukkelijker dan voorheen, werkt hij met zijn speelsters aan het verbeteren van de sterke punten. Hij schat dat zo’n 70 procent van de trainingsuren daarvoor wordt gebruikt. De overige 30 procent van de tijd zijn voor de minder sterke punten. ‘Voorheen trainde we te veel op de dingen die we nog niet beheerste’. Dat heb ik na Athene omgedraaid. Speelsters moeten vooral hun sterke kanten trainen, zodat ze daarin extreem goed worden. Alleen dán kun je echt excelleren. Kijk naar Naomi van As. Ze is handig, snel met de bal. Naomi moet dus vooral op haar acties trainen. Dat is haar sterke punt.’ Bijna een jaar hanteert Lammers nu zijn nieuwe aanpak en hij ziet succes. ‘De speelsters voelen zich zekerder, dat merk je. Ze zijn meer overtuigd van hun kwaliteiten, durven in balbezit sneller beslissingen te nemen. Dat komt omdat ze zich vaker dan voorheen bezighouden met de dingen die ze goed kunnen. Dat is niet wat we in Nederland gewend zijn. We leven in een land waar je maar weinig complimenten krijgt. Als je iets goed hebt gedaan, hoor je niks. Pas als het fout gaat, krijg je het te horen.’
Het Nederlands elftal opent het EK op zondag 14 augustus tegen Spanje. De Europese titelstrijd is voor Rob Bianchi het eerste grote toernooi als assistent van Lammers. Bianchi volgde eind maart Pieter Offerman op, die te kennen gaf dat hij zijn dagelijkse werkzaamheden niet meer kon combineren met die bij Oranje. Na het vertrek van Offerman kwam Lammers al snel bij Bianchi terecht. ‘De samenwerking met Pieter was heel goed bevallen. Het profiel van zijn opvolger was daarom duidelijk. Het moest iemand zijn die mij kan aanvullen. Rob voldoet daar uitstekend aan. Hij heeft heel veel ervaring en is iemand die op het juiste moment de rust kan bewaren. Rob was meteen heel enthousiast toen ik hem voor de functie benaderde.’
Bianchi vervult een belangrijke rol in de communicatie binnen de Nederlandse ploeg. Lammers legt uit: ‘Rob voert veel gesprekken met de speelsters, waardoor ik zelf meer tijd aan de analyse van wedstrijden kan besteden.’
Jagen op de zesde titel
Oranje gaat de komende weken op jacht naar de zesde Europese titel. Alleen in 1991 grepen de Nederlandse dames naast het goud. Desondanks begint Oranje volgens Lammers niet als uitgesproken favoriet aan het toernooi in Dublin. ‘De geschiedenis telt niet meer. Het gaat om de huidige verhoudingen. Onze grootste concurrent op papier is nog altijd Duitsland. De samenstelling van hun team is niet veel veranderd ten opzichte van de Olympische Spelen. Ook van Engeland verwacht ik veel. Nadat ze Athene niet hebben gehaald, zijn ze gestart met een nieuwe ploeg. Die heeft onlangs in Korea goede resultaten geboekt. Hetzelfde geldt voor Spanje. Ook zij zijn na Athene opnieuw begonnen.’
En dan is er altijd nog een outsider, zo denkt Lammers, die voor verrassingen kan zorgen. ‘Wat dat betreft verwacht ik het een en ander van Ierland, dat voor eigen publiek speelt. Ik vind dat ze een heel aardig team hebben. Het zal voor ons niet eenvoudig worden om het EK te winnen’, beseft de bondscoach die in de voorbereiding met tegenslag kampte. Eerst haakte Miek van Geenhuizen geblesseerd af, later moest ook Mignonne Meekels een streep door het EK zetten. Oranje moet het in Dublin dus zonder dit tweetal doen.
Spanje, Frankrijk en Ierland zijn in de eerste ronde de tegenstanders van Nederland. En Lammers waarschuwt alvast. Op grote uitslagen, zoals de 12-1 tegen Azerbeidzjan tijdens het EK van 2003, hoeven we volgens de bondscoach niet meer te rekenen. Het deelnemersveld is in Dublin voor het eerst teruggebracht tot acht landen, waardoor de zwakkere landen zijn afgevallen. Een goede zet, vindt Lammers. ‘Omdat het EK voortaan om de twee jaar wordt gespeeld, moet je iets aan het programma doen. Doordat het toernooi nu kleiner is, moet je meteen al bij het begin scherp zijn. Echt zwakke landen zitten er niet meer bij.’
Tekst: Daan van den Broek
Fotografie: Jeroen van Bergen
| < Vorige | Volgende > |
|---|

