Op de hoogte blijven





Interview Parool 2001

Tom was zeker geen clown. Soms maakte hij een grapje aan de tafel, maar verder was hij heel serieus. Ik ben ook serieus, soms misschien te serieus. Ik maak geen grapjes, ook niet tussendoor. De sfeer binnen een groep hangt af van het resultaat en niet van de coach.

Lammers was van oktober 1996 tot en met december 1997 assistent van Van ’t Hek. “Het klikte meteen tussen ons. Wij vulden elkaar goed aan. Tom was zo goed in het communiceren, of dat nou met pers, de bond of de groep was. In het oplossen van conflictsituaties was hij een kei. Ja, en hij had natuurlijk grote uitstraling. Ik heb veel van hem geleerd op managementgebied. Tom heeft gezegd dat hij van mijn trainingen weer iets heeft opgestoken. Op dat gebied was ik misschien beter.

Op het eerste oog lijkt Lammers nog een broekie. Hij is nog maar 32. Maar de oud-speler van Den Bosch die afstudeerde aan het CIOS heeft veel ervaring. De vijfvoudig international trainde in het verleden de Nederlandse jeugdteams en was vanaf oktober 1996 assistent van Van ’t Hek.
In december 1997 werd Lammers benaderd door de Spaanse bond met de vraag of hij de Spaanse vrouwen weer richting wereldtop wilde loodsen. De ploeg had tijdens de Spelen van Barcelona in 1992 goud gewonnen, maar was daarna ver weggezakt. De in Oss geboren en in Rosmalen woonachtige coach moest de Spaanse vrouwen leiden naar de Spelen in Sydney. Toen Lammers aan zijn missie begon, stond Spanje 22ste op de wereldranglijst. “Ik werd voor gek versleten. Zelfs de Spanjaarden vonden het onbegonnen werk. Alleen de voorzitter had er nog vertrouwen in. Hij zocht een jonge vent die het de speelsters voor kon doen. Ik ben daar naartoe gegaan, kreeg videomateriaal mee en zei dat ik er nog iets van kon maken.”
De toen 29-jarige coach kreeg in Spanje te maken met een paellageneratie. “Ze waren niet goed met hun sport bezig. Vooral de voeding was een groot probleem. Ze aten twee keer warm per dag en namen ook nog veel te veel brood, liefst met veel saus. En in het buitenland aten ze alleen maar paella. Ik heb ze in het begin hard aangepakt.”
De ontwikkelingshulp slaagde. Lammers plaatste zich voor de Spelen. In Sydney verloor hij de strijd om het brons van Nederland met 2-1.
Het werk beviel goed en ook over het leven in Spanje had hij geen klagen. Lammers woonde met zijn vriendin, dochtertje Peppe en zoontje Jurre in badplaats Sitges nabij Barcelona. Daar woonden ook de Nederlandse voetballers en trainers in dienst van Barcelona. Lammers had wel contact met de Nederlanders, onder wie Louis van Gaal: “Ik heb hem een paar keer gezien en gesproken. Hadden we het natuurlijk over sport. Het contact is ontstaan via mijn vriendin. Zij ging veel om met de Nederlanders, terwijl ik aan het werk was. Ze tenniste met Truus en de vrouwen van Gerard van der Lem en Frans Hoek en ging mee naar concerten. Louis is een keer bij het hockey geweest. Hij kwam tijdens het Europa Cup-toernooi in Terrassa kijken omdat hij een kennis van Carole Thate is die daar met Amsterdam speelde. Hebben we samen een wedstrijd bekeken en legde ik hem het één en ander uit. Louis wilde alles weten, over de veldbezetting over het afschaffen van buitenspel. Op tactisch gebied staat het hockey dichtbij het voetbal. Wij werken ook met de systemen die zij gebruiken.”
Van Gaal nodigde Lammers uit om vanuit de ereloge van Camp Nou naar Barcelona te kijken. “Was heel gezellig. Wat kletsen met een biertje erbij en kijken naar de wedstrijd, terwijl Gaspart en Nunez dichtbij mij zaten. Na de wedstrijd praatte je wat met de spelers. Zag je ook andere bekende genodigden die vanuit Nederland daar naartoe kwamen. De schaatsploeg was er een keer toen die in de Pyreneeën aan het trainen was. En Marco Borsato en Leontien Ruiters zaten er. Het spelershome leek een Nederlandse kroeg.”
Er was wel contact, maar het was niet zo dat Lammers de deur plat liep bij de andere Nederlanders. “Zij hebben het ook druk. Als ze thuis zijn, zitten ze bij de familie en daar ga je ook niet tussen zitten. Ik heb een keer wat gegeten met Phillip Cocu. Dat kwam door mijn oom, Hans Gilhaus, die Cocu natuurlijk van PSV kende. Toen hij bij ons op vakantie kwam, belde hij Phillip om iets te eten. Zijn we nog bij Cocu thuis geweest.”
Na drie jaar Spanje woont het gezin Lammers nu weer in Nederland. “Het contact met Louis van Gaal is er niet meer sinds wij uit Spanje weg zijn gegaan. Ach, we hadden daar een heel leuke tijd, maar hadden het daar ook wel gezien. In Spanje leefden wij in een heel klein wereldje, weinig bekenden. Karin miste haar vriendinnen en de oma’s die op de kinderen konden passen. Was toch best zwaar om er met twee kinderen daar alleen voor te staan. En nee, we hebben de familie Van Gaal nooit gevraagd om op onze kinderen te passen. Ze hebben het wel eens aangeboden, maar dat vonden we lullig.”
Van ’t Hek zwaaide na de Olympische Spelen in Sydney af. Het toernooi werd niet wat iedereen ervan verwacht had. Nederland geloofde, gesterkt door de winst van de Champions Trophy van vorig jaar in Amstelveen, dat het eindelijk Australië kon kloppen. Het liep anders. Het heilige vuur van een paar maanden eerder ontbrak. De vrouwen haalden op het nippertje de strijd om brons. Daarin won de ploeg van Spanje en ging met dezelfde medaille terug naar huis als vier jaar eerder in Atlanta. Lammers volgde de prestaties van Nederland van afstand en evalueerde het toernooi na afloop met zijn voorganger. “Tom was teleurgesteld over Sydney. Ze werden tweede op het WK en wonnen voor de Spelen de Champions Trophy. Als je die lijn doortrekt, zou je eerste of tweede moeten worden. Dat Nederland de eerste wedstrijd meteen verloor van China, was het ergste. De vrouwen kregen een deuk. Slecht voor de sfeer. De ploeg kwam in een negatieve spiraal, moeilijk om daar weer uit te komen. Ik geloof dat ze de kwaliteit en de mentaliteit hadden om goud te winnen.
Van de Nederlandse vrouwen werd gezegd dat ze mentaal niet sterk genoeg waren en dat ze meer interesse in het Holland House hadden dan in het hockey. “Ik ben zelf de laatste vier dagen in het Holland House geweest, maar daar heb ik ze niet gezien. Mijn Spaanse vrouwen zaten elke dag gratis in een beautysalon, zouden mijn meiden dus helemaal niet met hockey bezig zijn geweest. Maar wij wonnen wél. Van het Nederlands team hoorde ik dat twee meisjes één dag in het Holland House zaten en dat is naar buiten gekomen. Onzin. Als het slecht gaat, zoeken de media naar redenen.”
Lammers stelde voor de Spelen dat alleen de beste drie Spaanse vrouwen in de Nederlandse hoofdklasse mee zouden kunnen. Nederland won een jaar voor Sydney nog met 6-0 van Spanje, maar bij de Spelen waren de ploegen gewaagd aan elkaar. “Spanje ging met een ander gevoel naar Sydney. Zij hoefden niet. Het doel, de Spelen, was gehaald. De rest was bonus. Heel andere invalshoek. Geen stress. Nederland had zichzelf de druk opgelegd dat ze Australië voorbij wilden. De druk is dan zo hoog dat je vergeet dat China ook gewoon goed is.”
Voor Lammers is het in elk geval wel makkelijker werken dat Nederland geen goud won in Sydney. “Ik had het ze natuurlijk wel gegund. Maar het is een feit dat het makkelijker starten is van onderaf. Met een lager verwachtingpatroon. Dat er ruimte is om een keer te falen.”

Lammers zegt dat de baan van bondscoach voor hem de enige reden was terug te keren naar Nederland. “Ze hadden in Spanje graag gezien dat ik was gebleven, maar ik wil het hoogste binnen het dameshockey halen en ik denk dat dat met Nederland kan. In vergelijking tot Spanje heb ik beter materiaal tot mijn beschikking.”
Eind 1999 hing de hockeybond al aan de telefoon. Lammers hoefde niet lang na te denken. Hij tekende een contract tot 1 januari 2005 en werd de eerste fulltime hockeycoach bij de vrouwen in de Nederlandse geschiedenis. “Ik draag ook de verantwoordelijkheid voor de jeugdteams, moet ervoor zorgen dat alle teams in dezelfde stijl spelen.”
Een professionelere aanpak is ook bij het Nederlands A-team zichtbaar. “Ik wil meer rendement uit de trainingen halen. We gaan in groepjes trainen. Individuele training en training op de specialiteiten. Ik ga langs bij de clubs. Met deze decentrale trainingen hoop ik de technische bagage van de speelsters te verhogen. Maar de training met de hele groep blijft natuurlijk ook bestaan om tactische dingen te trainen.”
Lammers verlangt van de speelster ook dat ze professioneler met het hockey omgaan. “Ik heb na de Spelen met iedereen gesproken en ze een keuze voorgelegd. Ze kiezen voor het hockey of ze gaan voor een maatschappelijke carrière. Voorheen kon dat samen. Nu vind ik dat ze twintig uur per week beschikbaar moeten zijn voor mij. Kunnen ze daarnaast nog twee dagen studeren of werken. Die professionelere aanpak is ook onder Tom al ingezet. Werden speelsters vier of vijf maanden voor de Spelen vrijgekocht. Nu trekken we dat door naar een heel jaar. Ze krijgen ondersteuning van NOC en van de hockeybond. De meesten hebben voor het hockey gekozen, maar Myrna Veenstra koos voor haar carrière. Goede keuze, maar ik kan dan niet met haar verder.”
Veenstra is niet de enige speelster die na de Spelen niet meer voor het nationale team uitkomt. Ook Carole Thate, Margje Teeuwen, Suzan van der Wielen en Daphne Touw zijn er niet meer bij. En Fleur van der Kieft is zwanger. De groep van Lammers telt dus veel nieuwe gezichten. De bondscoach sluit niet uit dat er nog meer vertrouwde namen uit de ploeg weg zullen vallen. “Speelsters die op de Spelen slecht hebben gespeeld, krijgen bij de Champions Trophy een herkansing. Spelen ze nu goed, gaan ze door. Spelen ze slecht, ga ik verder verjongen. Dit is dus een laatste kans voor sommigen. Lijkt mij logisch. Wij hebben niet voor niets een opleidingsteam. Zo’n ploeg is er om speelsters die over the hill zijn sneller te vervangen. Maar ik ga er niet vanuit dat ik speelsters teleur moet stellen na de Champions Trophy.”
De Champions Trophy in Amstelveen is het eerste grote toernooi van Lammers met de Nederlandse vrouwen. “Ik denk dat we nu derde van de wereld zijn. Argentinië en Australië staan nog voor ons. Argentinië is de te kloppen ploeg. Zij hebben nog precies dezelfde ploeg als tijdens de Spelen. Australië blijft sterk, al zijn zij acht speelsters kwijt. En je hebt China. Na de Spelen is het daar een gekkenhuis geworden. Ze hebben de Champions Trophy van volgend jaar gekregen en ze hebben er heel veel geld tegenaan gegooid. De speelsters gaan allemaal in Peking wonen en ze worden aan een militaire training onderworpen. Bij de Spelen zag ik ook dat ze mannenpoten en een mannenconditie hadden. Dat krijg je in Nederland niet voor elkaar. Zie je het al voor je dat ik ze zo’n aanpak geef in Papendal? Gelukkig niet. Ik verwacht heel veel van China. Met zijn vieren gaan wij het hopelijk uitmaken. Ik ben tevreden als wij derde of vierde worden en heel tevreden als we de finale halen.”
Voor Lammers is het jaarlijkse toernooi waaraan de sterkste zes landen van de wereld meedoen de eerste stap op weg naar het WK van volgend jaar in Perth. “Dit is een test, het eerste station. Ik zeg dat we volgend jaar wereldkampioen moeten worden. Die kwaliteiten en ambitie hebben wij.”
Over het uiteindelijke doel, de Spelen in Athene: “Ik dacht: als ik het als speler niet red, moet ik als trainer de Olympische Spelen maar proberen te halen. Dat deed ik met Spanje. Nu is de ambitie verlegd naar een medaille. Het doel is goud, maar Athene is nog ver weg.”
Als speler kwam vijfvoudig international Lammers die in zijn laatste seizoen met Den Bosch in 1998, toen hij al werkte voor Spanje, nog wel de landstitel en de Europa Cup 2 pakte, dan misschien te kort voor de absolute top. Indirect droeg hij wel bij aan de gouden olympische medaille van de Nederlandse mannen in Atlanta. Lammers was het brein achter de naar hem vernoemde techniek van het ‘lammeren’. “Als je tijdens de strafcorner inloopt en voor de keeper gaat staan, ziet-ie niks meer. Wij gebruikten die tactiek bij Den Bosch en het Nederlands team nam het over bij de Spelen. Heel veel landen werden verrast. Daarna heeft de FIH, de internationale bond, het lammeren meteen afgeschaft. Het was ook gevaarlijk. Als ze dat ook op lager niveau gaan doen, gebeuren er ongelukken. Slaan ze hun medespeler die staat te lammeren voor zijn kop. Wel leuk dat die term nog steeds wordt gebruikt.”
Hij zegt wel niet zo grappig te zijn als Van ’t Hek. In het veld was hij altijd wel in voor een grap. Zo ging hij een keer het veld in met een Sinterklaasstick. “Ik ben innovatief, probeer altijd iets te vinden waar rendement uit te halen valt. Overal mee. Ik denk na over de communicatie met mijn assistent op de tribune. Eerder ging dat met een walkietalkie. Maar die dingen kon je afluisteren. Er moest dus een nieuw communicatiesysteem komen en die hebben wij nu. In de tijd van de Sinterklaasstick wilde ik mijn sticks promoten. Ik verkocht sticks, haalde ze uit Pakistan en moest opboksen tegen de grote merken in Nederland. Ik moest publiciteit zoeken. In de regels werd er niet gezegd over mijn nieuwe stick met zijn hele grote kromming, waardoor het moeilijker werd de bal af te pakken. Het was meer een publiciteitsstunt, daarna werd het verboden. Te gevaarlijk. Maar de sticks vlogen over de toonbank.”
Lammers belooft dat er meer kunstjes te verwachten zijn nu hij bondscoach van de Nederlandse vrouwen is. “Ik lig heel vaak te draaien in bed. Dan moet ik er ’s nacht om drie uur uit en schrijf ik alles op. Lig ik er bijvoorbeeld over wakker dat ik de strafcorner vanaf de bank moet kunnen zien op mijn laptop. Moet daar iets voor worden ontwikkeld. Ik blijf bezig. Misschien zien jullie binnenkort weer nieuwe dingen, maar daar kan ik nu niets over zeggen.”

Door Jasper Boks.