Interview CIOS
Marc volgde van 1988 tot 1992 CIOS Arnhem, waarna hij zijn militaire diensttijd doorbracht als sportinstructeur. Vervolgens verdiende hij in Italië de kost met in- en verkoop van Italiaanse meubelen. Terug in Nederland importeerde hij Pakistaanse hockeysticks en Italiaanse fleecetruien, speelde in het Nederlands herenhockeyteam en gaf her en der trainingen. Even later vertrok hij naar Barcelona waar hij drie jaar bondscoach was van het Spaanse dameshockeyteam. Sinds 1 januari coacht hij het dameshockeyteam van Nederland.
Carrièreladder
Kortom: Marc Lammers is een veelzijdig man en hockey loopt als een rode draad door zijn leven. Op het CIOS deed hij het keuzevak hockey en haalde daarin zijn A en B diploma. Marc begrijpt niet dat niet meer CIOS’ers kiezen voor een carrière in hockey. “Daar liggen kansen. Door de combinatie van hockey spelen, trainingen geven en veel andere dingen doen, groei je al gauw op de carrièreladder”, stelt hij. “Mensen denken nog steeds dat er niets in hockey te verdienen valt. Maar dat is de afgelopen tien jaar veranderd. Een hoofdklasse club betaalt een coach gemiddeld 40.000 à 50.000 gulden per jaar en doet daar jaarlijks zo’n tien procent bovenop. Dat vind je in geen enkel bedrijf. Je hebt dus een goed salaris als je drie avonden in de week training geeft, op zondag coacht en daarnaast nog iets anders erbij doet overdag. Maar er zijn ook fulltime banen. Elke grote hockeyclub in Nederland vraagt tegenwoordig een technisch directeur die trainers begeleidt, beleids- en jeugdplannen maakt en activiteiten op club organiseert. Bovendien komen er steeds meer grote clubs. Maar ook in het buitenland zijn Nederlandse coaches erg gewild. Nederland wordt gezien als beste hockeyland, dus hebben buitenlandse clubs ons graag.
Brede basis
Zeker een hockeyer met CIOS-achtergrond maakt in Nederland een goede kans om in de hockeysport carrière te maken, weet Marc. Naast hockey volgde hij op het CIOS nog de keuzevakken sportmarketing & management, conditie- en krachttraining en zwemmen. Terugkijkend op zijn opleiding is hij ervan overtuigd dat het CIOS voor hem de basis is geweest om uiteindelijk bondscoach te worden. Waarom? “Je doet heel veel algemene kennis op die je via een cursus niet kunt krijgen”, vertelt hij. “Hoe geef ik een presentatie? Hoe ga ik om met conflictsituaties? Vakken als trainingsleer, anatomie, omgangskunde, et cetera. Overal pik je wat mee en leg je een brede basis. Daarnaast moet je jezelf ontwikkelen en eigen visie hebben. Dat leer je door ervaring en dat duurt een paar jaar. Mijn visie? Altijd open staan voor andere meningen. En in een team gebruik maken van ieders kwaliteiten. De ene kan goed omgaan met pers, een ander is goed om de groep te motiveren, weer een ander goed om iemand bij verjaardag toe te spreken. Die specialiteiten moet je gebruiken. Ik vind het ook heel ouderwets om met een aanvoerder te spelen die alle verantwoordelijkheid krijgt. Teamsport betekent er samen uitkomen.
Sfeer en mentaliteit
Wat heeft Marc voor ogen met het Nederland dameshockeyteam? “Het elftal werd derde op de laatste Olympische Spelen. Bij de WK in Australië in 2002 wil ik zo hoog mogelijk eindigen. Hoe hoog? Het is moeilijk om een bijna nieuw team meteen aan een kwalificatie te binden. Voorlopig is het spelplezier belangrijk en dat de spelers merken dat ze elke keer beter worden. Daar put iedereen vertrouwen uit. Op WK-niveau gaat het winnen om kleine dingen. Teamsfeer en -mentaliteit vind ik dan belangrijk; jezelf weg kunnen cijferen ten opzichte van het teambelang. De mentale dingen. Daar wil ik aan werken. Trainers kijken meestal naar technische en tactische aspecten en zien vaak over het hoofd dat er ook op mentaal gebied verbeterd kan worden. Als het nodig is met behulp van een sportpsycholoog. Ik stimuleer dat. Als er technisch iets ontbreekt haal je er ook een gasttrainer bij. Eigenlijk ben je in topsport meer manager dan coach, want je moet op zoveel vlakken verbetering krijgen.”
| < Vorige | Volgende > |
|---|

