Op de hoogte blijven





NL Coach

Je krijgt een contract, en aan het einde van de rit begin je gewoon weer op nul, als je die kans al krijgt. Met een beetje pech sta je met lege handen. Aan iets opbouwen, in de vorm van een pensioen of wat dan ook, kwam je niet toe, simpelweg omdat de regelingen daartoe ontbraken. Bij gebrek aan perspectief zagen vele jonge, enthousiaste coaches-in-wording af van een bestaan in de sport. Te veel risico’s, te weinig zekerheden. Daar kwam het zwart-wit gesteld op neer.

Gelukkig komt daar nu, mede dankzij de komst van NL.Coach, langzaam maar zeker verandering in. De topsport is inmiddels zo geprofessionaliseerd dat het vak van trainer-coach een fulltime-baan is geworden, en vaak meer dan dat. Ook de buitenwacht heeft dat inmiddels begrepen. Dat is winst, pure winst zelfs.
Winst is ook het feit dat NL.Coach een platform biedt. Voor coaches, die bereid zijn van elkaar te leren en elkaar, bewust danwel onbewust, stimuleren. Hoewel elke sport zijn eigen specifieke kenmerken heeft, zijn de overeenkomsten over het algemeen groter dan de verschillen. Hoe stuur ik een groep aan? Hoe stel ik mijn begeleidingsteam samen? Hoe ga ik om met tegenslagen? Hoe ga ik om met de media? Het zijn vragen waar iedere coach vroeg of laat mee wordt geconfronteerd.

Ik ben van nature erg leergierig, en mag dan ook graag mijn licht opsteken bij collega-coaches. En dan bij voorkeur bij collega’s die er een enigszins afwijkende stijl en denkwijze op nahouden. Neem Ton Boot. Dat is iemand met een zeker voor Nederlandse begrippen wat autoritaire manier van denken en werken, iemand die het conflict eerder opzoekt dan uit de weg gaat. Het is niet mijn stijl, het past ook niet zo bij mijn karakter, maar dat wil niet zeggen dat ik niet kan leren van zijn aanpak. Integendeel zelfs: Boot heeft in de loop der jaren bewezen een topcoach te zijn. Als ik hem hoor praten, bevlogen als hij is, dan besef ik dat zijn werkwijze ook voor mij de nodige aanknopingspunten biedt. Dat ik, als de situatie daar om vraagt, af en toe ook op mijn strepen moet staan.

Ontmoetingen met vakbroeders als Boot, Hiddink en Verhaeren inspireren me, ze zetten me aan het denken en ze houden me aldus bij de les. Dat moet en dat is nodig, want nieuwe impulsen, daar vraagt en draait de topsport om. Als coach ben je dan ook verplicht om jezelf regelmatig kritisch tegen het licht houden.

Een coach wordt niet beter door zichzelf op het standpunt te stellen: hou maar op, ik weet het beter, het zit zus en zo. Die houding werkt in mijn ogen contra-prductief. Het leidt tot een tunnelvisie. In een evaluatie na afloop van een groot toernooi, of ter afsluiting van een bepaalde periode, probeer ik mij als het even kan kwetsbaar op te stellen op het moment dat ik tegenover een van mijn speelsters zit. De vraag is namelijk: wie coacht de coach? In mijn optiek zijn dat zowel de speelsters als mijn assistenten. Zij voorzien mij evengoed van input als ik hen. Zij zien en ervaren dingen die ik soms te makkelijk over het hoofd zie. En als ik iets niet wil, dan is het wel achteraf tot de conclusie komen dat ik door eigen toedoen iets heb gemist.

Marc Lammers 2007